Deze dag zo heel bijzonder

als een vogel die met liefdevolle klanken
het ontwaken  van de dag begroet
sta ik in de stilte van de dageraad
het ochtendlicht op te wachten
ik vraag het licht om even bij je langs te gaan
haar sterkste stralen uit te kiezen 
heel voorzichtig op je raam te kloppen

ze heeft glasheldere kristallen voor je meegebracht
die speels en onbezonnen je lichaam strelen
en in je oren fluisteren hoe vandaag naar je lacht
je wordt meegelokt naar buiten
waar in het dauwgroene gras prille woorden
gretig dansen op de vreugdetonen van een merel

je luistert naar het lied van deze dag zo heel bijzonder
en alles wat eens aan je vleugels plakte
wordt meegenomen met het zuchten van de wind
je ademt nieuwe levenslucht
en alsof je opnieuw wordt geboren
luister je ingetogen naar de woorden die je bekoren

                 ©   Merel

Als de stilte

als de stilte zijn mantel om mijn schouders legt
een lichtsluier nog even naast me waakt
me vertelt hoe weldra het avondrood zal verdwijnen
en het duister stilaan aan krachten wint

dan is er nog de maangeest die langs de wolken schuift
maanparels die behoedzaam mijn lichaam verkennen
lichtgevend als een vangnet bij me blijven
en zijn vleugels spreiden om me te beschermen

ik moet niet bang zijn fluistert het stille ogenblik
dit is het zijn dat pareldruppelend mijn gemoed streelt
ik mag dalen in die ziel van mij
en ademloos mezelf verkennen

           ©  Merel

Nog wat woorden

of ze nog wat woorden heeft
liefst vers geplukt
uit een veld van korenbloemen
nog ruikend naar het ochtendlijk ontwaken van nevelparels
die met een zachte streling dauwdruppels weven
zodat de zon oogverblindend gouden taferelen schildert

of de woorden ontvankelijk willen zijn
een afspraak met de stralen maken
en hartverwarmend tedere zinnen schrijven
die als een droom zo lang gedroomd stilaan ontwaken
verwonderd in de ogen van de liefde kijken
nog even twijfelen
stilaan open bloeien
en reiken naar de hand die geduldig wacht

             ©  Merel

Je tijd

je tijd laat zijn steken vallen
dit was het dan
schrijft hij met verwrongen letters
in het witte zand

ik weiger het te geloven
raap de uitgebluste tekens op
blaas wat hete gevoelens in de koude scherven
verwarm ze met mijn handen
kneed ze tot ze in mijn denken
weldra weer naar adem happen
ik boetseer een lach op het ijskoud gelaat
tover wangen blozend rood

tot tijd me op de schouders tikt
met een schok aanschouw ik de werkelijkheid
en een stroom van niet te stillen tranen
slokt me gretig op

          ©  Merel 

 

Voelsprietjes

of mijn voelsprietjes vannacht tot bij je kwamen
ik had ze samen met mijn vleugels
– die weer wat sterker leken –
gestuurd naar die ene plek
daar waar jij met vleugels van niet kunnen
onrustig doolde en zelfs voor een keer
wisten gele rozen je niet te bekoren
ik zag hoe een lentekind beefde omdat herfst je verleiden wou
en je misschien zelfs even aan een vroege winter dacht

ik had je nochtans gesproken over de maan
hoe hij in al zijn glorie vast je kamer zou verwarmen
en de sterren die knipogend licht gevend naar je lonkten

ik heb sterkte gevraagd over je te waken
weet vast en zeker dat weldra de zomer
minnestrelend tot bij komt
je zachtjes in de armen neemt
en je voelt hoe het intense van het zijn
als een geliefde hartverwarmend door je aders stroomt

                     ©   Merel

Een tak

of ik een tak mag zijn
van die ene boom
waarin jij moe gevlogen
komt rusten voor de nacht

ik zal de stilte omarmen
heel stevig zijn
een tak die niet kan breken
wat warmte brengt in de kilte van de duisternis

misschien straal ik vertrouwen uit
voel jij je aangetrokken tot die ene tak
bouw je een nest
waarin ik ook schuilen mag

           ©  Merel

Vreemd

kwam het door de weemoedige klanken
dat plots een koude geseling haar lichaam streelde
en zweetdruppels de weg zochten naar de harde ondergrond

dat ene liedje op de radio bracht het besef bij haar
hoe het heden zich vastgreep aan de verleden tijd
alsof lentebloesems nooit hadden bestaan

het kon geen toeval zijn
dat de wolken grijze knaagsels verteerden
ze geen klaproos vond die haar weg zo hoopvol kleurde
en het voelen van het ogenblik geen vreugde bij haar bracht

vreemd hoe net als die ene onheilsdag
buurman het gras vandaag ook maaide
in haar onderweg hetzelfde kind zijn weg niet vond
en woorden niet wisten hoe troost bij haar te brengen

vreemd hoe alles zich herhaalde
was het het zijn dat zo moest zijn
ze vroeg het zich wanhopig af

             ©   Merel