Verkleumde letters

er liggen letters in de goot
verkleumd en wintermoe
trekken ze zich terug
nu zachte lagen beven
en geen poëzievruchten mijmeren

tot een vroege merel zingt
het duurt niet lang meer
dan dauwdruppelt het licht
een regenboog van warme woorden
en weven ze zinnen zachtaardig
als liefdevol bewegen in het verdergaan

           ©  Merel

Auti-denken (2)

je loopt je adem uit je lijf
wil niet verstrikt raken in de kronkels
die als een struikelblok in je gedachtegang bonken

maar ze zijn sneller als jezelf
aan het kruispunt van je brein
staan ze je reeds op te wachten

je verstijft
en een monotoon gezoem van woorden
springt ratelend uit je mond

ik heb met je te doen
wil je in mijn armen sluiten
maar je bent als ijs 
te koud om aan te raken  

           ©  Merel

Leesbloemen

je hebt wat leesbloemen voor me meegebracht
als een stil zwijgen blozend in het geel
het hunkeren naar dagen die de zomer verleiden
en vuurlinten die vonken sprokkelen

ik blader in je kelkblaadjes
ontdek mannenogen met een lichtglans
waarin zich droom verlangen nestelt
en aan je lippen groeien vruchtzoenen
nog even lijken ze te zeggen 

je meeldraden rekken zich wat uit
als vingers
die een lichaam willen strelen

ik vleugelslag dicht bij jou
en vraag of ik je vlinder mag zijn

         ©  Merel

Ik bloemlees

Ik bloemlees voor jou de nacht

met vlinders die een vleugelslag dansen

in het blauwe van vergeet-mij-nietjes

 

en ik heb wat maandicht voor jou bedacht

als vingers die aftastend

wat warme adem in je schoot fluisteren

 

zodat je rustgevend je vloedlijn achterlaat

zo moe van je stroom gedachten

mag het sluimeren in de schaduw van wat sterren

 

ik breng voor jou een deken

met ogenblikken die gemoedsrust zaaien

knipoog huidverlangen

 

en dicht morgen voor jou

een vrouw die om je geeft

            ©  Merel 

Ik bloemlees

Ik bloemlees voor jou de nacht

met vlinders die een vleugelslag dansen

in het blauwe van vergeet-mij-nietjes

 

en ik heb wat maandicht voor jou bedacht

als vingers die aftastend

wat warme adem in je schoot fluisteren

 

zodat je rustgevend je vloedlijn achterlaat

zo moe van je stroom gedachten

mag ze sluimeren in de schaduw van wat sterren

 

ik breng voor jou een deken

met ogenblikken die gemoedsrust zaaien

knipoog huidverlangen

 

en dicht morgen voor jou

een vrouw die om je geeft

 

En als een vrouwendroom

en als een vrouwendroom
drijvend in je stroom komt varen
met in haar ogen spiegelbeelden
waarin vrouwelijke tederheid ontwaakt
en windwoorden verlangen
als muze in haar vlecht

dan neem je haar mee
naar de oever van het zomers blozen
dicht haar lichaam met sensuele rozen
die als vingers in het geel
vlinders in haar buik voelen laten dansen

en met een zuchtkreet die uit je mond ontsnapt
bemin je haar als nooit voorheen

               ©  Merel

Hoe een vuurvogel

hoe een vuurvogel warme golven vleugelt
letters als vonken in hem dansen
hoe hij een woordboom zoekt
waarin het weerlicht bliksemt
en ingeslapen takken ontwaken
zinprikkelend samenstromen
als bloedrode bladeren die verlangen neuriën

hoe in de kruin een poëzievrouw naar hem wuift
ze hunkerend haar vleugels voor hem opent
hoe hij haar lippen leest
en hongerige ogen naar haar werpt
hoe ze zich nestelen in de avond
hij haar schootdroom verwarmt 

in haar vliegt
haar mijn liefste noemt
en zij zijn naam dicht
tussen de spleten van hun minnenest

              ©  Merel