Iets in mij

iets in mij schildert woorden in de lucht
wat stipjes tussen het wolkendauw
een zachte huiver verwonderd aangeraakt
door een lichtbundel die me meeneemt
naar de schaduwplek van je ik

iets in mij dicht een vrouw
misschien noem ik haar je maangodin
ze is zachtmoedig
wil in de stilte van je ik bij je zijn
de schemerzones die je beklemmen verbrijzelen
en losweken dat wat in je ziel verankert

iets in mij straalt liefde 
streelt de rimpels van je troebel water
neemt je mee naar de oever van je stroom
en vraagt je
of die ene klaproos je ook bekoort

         ©  Merel

Advertenties

Wat woorden

ik heb wat woorden in mijn armen
geplukt in het veld van een klaproos vrouw
en in het gefluister van hun zinnen
begrijp ik hoe moeilijk je dag wel was

ze wikkelen zich in het licht van stil begrijpen
weerkaatsen de glimlach van de maan in je donkere kamer
en willen zonnevlechten in je rimpelwolken weven

                    ©  Merel

Ze glimlacht

ze glimlacht een liefdesblos
en een rode neveldauw besprenkelt woorden
die als waterdruppels aan haar lippen hangen

ze zijn de spiegel van haar tederheid
het vruchtbeginsel in de armen van de ochtendwind
de wals zo lang gemijmerd

en in het duinbed van het licht 
ontpopt haar poëziemantel zich tot transparante zinnen
die minkozend die ene ik bevruchten

       

                  ©  Merel

 

 

Ze ruist zachtjes

ze ruist zachtjes doorheen je gedachten
als een windbloesem
gemijmerd in de dauwhuid van je ik
een dansend vergezicht
dat weldra in je zomerdroom mag wiegen

ze vraagt of je van lavendelzinnen houdt 
of de maan een vlinder is
en of het rood van zinneminnen je ook bekoort

ze dicht een klaproos op haar lippen
en in de zielskern beweegt een zoen

je bent ontroerd 
weet even niet wat zeggen 
en in het gefluister van je buik
schommelt zo heel verleidelijk haar naam 
 
           ©  Merel

Maandauw

hoe in deze nacht
wat maandauw naar beneden dwarrelt
als vruchtzaad bij elkaar gemijmerd
ver weg van het rood van intense dromen
een stille hunker dat aan lippen kleeft

tot iets de zin van alles beroert
een oceaan van liefde zijn golfboezem opent
en de weerspiegeling van zinnen
openhartig waterdruppels in zijn stroom beroert

hij bevrucht de maanvrouw in zijn buikgewoel
als een dicht voorzichtig aangeraakt
voelt haar hartslag klotsen in zijn schoot
en knipoogt veelzeggend naar het stergefluister

             ©  Merel

Vrijgeleide

haar vrijgeleide nestelt zich in je schoot
twee huiddichten in het naakt
een fluisterend liefdesminnen 

de hartstocht die heel teder je buikgevoel verwarmt  
ontroerd je lippen zoekt
en vraagt of je ook een lepeltje wil zijn

           ©  Merel

Dat ene verhaal

weet je nog dat ene verhaal
samen tussen de regels minnen
de maan besprenkelen
met het fluistervocht dat sterren blozen

vannacht wil ik je beminnen
een bloemlezing afdrukken op je huid

met letters
die zich kriebelend in je poriën nestelen
als een vrijgeleide om dicht bij jou te zijn

               ©  Merel