En alles

en alles in mijn onderweg
knikt me bemoedigend toe
als ik zacht golvend mijn stroming volg
ontmoet ik vast iets hartverwarmend
dat de herfsttranen uit mijn ogen schreit
lichtgevende parels aan mijn voeten legt
zodat ik zeker niet zal verdwalen

              ©  Merel

Een roos

hoe een roos
doorn prikkend
pijnlijk in het voelen was

en een druppel 
rood doorlopen
een weg zocht
naar het veld van stille smart
dat was wat ze had verwacht

maar ze zag hoe een dauwdruppel
parel kussend de bloem beminde
hoe fluwelen blaadjes 
vol verlangen mijmerden
in alle stilte fluisterden
en spraken van een lichtgevend iets
dat warmte in de harten bracht

hoe de zon haar minneliefde
vertelde hoe sierlijk ze wel was
ze moest niet bang zijn
als straks het avondlicht ging slapen
er was de maan die wel zou waken
en sterren die fonkelden alleen voor haar
zodat ze morgen weer zou openbloeien
wat flarden van ontroering bracht
voor wie het mooie in haar zag

             ©  Merel

Dichterlijk verlangen

je merkt niet hoe ik aan de oppervlakte drijf
het is alsof ik zee verdwalend meega
met golven die de vloedlijn achterlaten

ik wil je niet verliezen
zie hoe je gebogen hoofd de voetstappen telt
van de liefdesblikken die jij en ik bewandelden

ik roep je na
wil niet met de stroming mee
maar de wind is koppig
heeft mijn woorden zee slokkend in zijn macht

met al de liefde die ik in mij heb
wil ik stormen tot bedaren brengen
maar het woeste van het bonkend water
maakt me klein en ik los op
als een dichterlijk verlangen dat woorden zwijgt

              ©  Merel

Auti-woorden

ik vind geen duidelijkheid
verkramp in mijn verwarde kronkels
die sissend als een slang
in een wurggreep me beklemmen

ik verstijf
met ogen die uitpuilend kassen kraken
en als een monotoon gezoem
herhaal ik donderwoorden
die bonken in mijn hoofd
en als een rotte appel mijn mond verlaten

tot ik uitgeteld
in je sterke vleugels mag schuilen
ik kijk je verontschuldigend aan
vraag met krakende stem
waarom mijn wereld anders denkt

       ©  Merel

Papaver

misschien kijk je nog eens om
zie je hoe een klaproos
gebroken door je zinnen
rode druppels bloedt
die traan doorlopen
wat letters voor je schrijven

hoe het zaad zacht minnend is
kiemkrachtig blijft wachten
tot jij in je gevoelens woelt
en het mooiste aarzelend naar boven haalt
om als een papaver opnieuw te bloeien

je blijft verwonderd staan
tot iets in je beweegt
en je ziel fluister lievend tot bij me komt
met in je hart woorden die naar beminnen vragen

              ©  Merel

Nachtverlangen

omdat een droom het hoofdkussen opschudt
wat verlangen tussen de lakens schuift
en mijmeringen zachtaardig zijn
haast ze zich naar boven

geen rolluik die de kamer donker maakt
alleen een wellustige maan
die stralen schijnend naar haar lichaam hunkert

ze ademt zwoele woorden uit
ontdoet zich van het laatste weefsel
ze denkt aan zweven
zichzelf verliezen
verdrinken in een zee van tederheid

ze sluit alvast haar ogen
misschien wordt zij vannacht de maangodin

             ©  Merel

Zwart gekleurde tranen

ze zag hoe tranen zwart gekleurd naar buiten renden
ogen als een draaikolk gevaarlijke bochten namen
als verdwaasde wezens voor haar voeten rolden
met blikken die het niet meer wisten

de wind ging hard te keer
en uit de mond kwam een overdonderend geluid
het leek alsof een mes haar ziel vierendeelde
nu hij de controle over zichzelf verloor

ze nam hem in haar armen
kuste waterlanders wit
had wat fluisterwoorden warm gewreven
en vertelde hoe ze nog steeds om hem gaf

            ©  Merel