Herfstkind

ze ziet hoe takken stilaan
hun greep over het bladgroen verliezen
het gras de zachte bedding wordt
van de eerste bladeren die haar laten weten
dat de zomer zijn laatste loodjes telt

of het een vroege herfst wordt
vraagt ze zich verwonderd af

en het kind dat naast haar staat
kauwt zijn opgekropte letsels stuk
ze smaken naar mistige ogenblikken
nu herfstadem nevelsluiers blaast
die het lente zijn in hem voor eeuwig kraken

        ©  Merel

Sterke vleugels

ik zag wat vleugels liggen
sterk in hun kunnen keken ze me aan
of ik het had gehoord
hoe jij met gebroken vleugels
je weg niet meer vond
de dromen die je droomde
als doffe parels
verloren liepen in het zand

ik zocht je dromen op
zorgde voor wat extra glans
vroeg of ze het nog zagen zitten
ze leken me wat groot
of het niet mogelijk was
ietwat te krimpen
dan nam ik je droomverlangen in mijn hand
bracht ze knipogend tot bij jou

ze glunderden nieuwe dromen
en samen met wat sterke vleugels
vloog ik klapwiekend naar je mijmerend verlangen

               ©  Merel

Je moet niet bang zijn

toen het duister zwarte horizonten schilderde
en donkere labyrinten weefde
zodat de nacht beklemmend  me begrensde

was er maangeest die me tot zich nam
zo beschermend in de schoot van het heelal
hij reisde met me langs uitgedoofde sterren
die nog steeds licht fonkelend de hemel kleurden
baanbrekend doorkruisten we de planeten
zagen hoe de aarde zich in grijze muizenissen hulde

ik moest niet bang zijn zo wist hij te vertellen
want bij het bijna breken van de dag
mocht ik me nestelen in de geboorte van het licht

ze nam me in haar stralenarmen en sprakeloos zag ik
hoe in de verte de bergkam plots sierlijk bloosde
ik kreeg vleugels en ontdekte witte toppen
en een rivier die stromend naar beneden ging
al kronkelend een weg vond tussen groene vlakten
om berustend uit te monden in de grote zee
waar golven mijn eb en vloed verhaalden
en een meeuw alles opschreef in het natte zand

           ©   Merel

Een boodschap van de zee

al het water heb ik voor jou bijeen gespaard
met witte golven op het blauwe oppervlak
soms komen ze rakelings tot bij jou
dan trekken ze zich plots verlegen terug

ze zijn je vloed en ook je eb
de deining van je leven
de golfstroom van je verlangen
het struikelen in je onderweg
en ook wat dromen die je wolken kleuren

en nu je morgen tot bij me komt
je voeten langs de vloedlijn lopen
en mijn zeevocht parel spelend
je lichaam zal beroeren

heb ik de wind gevraagd heel zacht te zijn
met open vlagen neemt hij al je zorgen mee
en de taal die je tot me spreekt
ik zal aandachtig luisteren en begrijpen
zodat de pijn die langs je wangen glijdt
bevrijdend in mijn schoot mag rusten

            ©  Merel

Er is iets dat blijft hangen

er is iets dat blijft hangen
zoals zomertranen die je huilt
en dauwgras dat van het zilte proeft
oogluikend een boodschap stuurt
zodat de zon parels van je tranen maakt
die fonkelend wat warmte voor je opvangen

je neemt er eentje in je hand
koestert het heel dicht bij jou
zodat een knipoog naar je ziel
de dag voor jou wat draaglijk maakt

en bij het sterven van het licht
als donker pijnscheuten tot bij je brengt
is er maangeest die goudkleurig naar je kijkt
wat poëzie voor je heeft bijeen gezocht
en met de magie van het ogenblik
verschrompelt dat wat niet kan zijn
tot een beeld van maanbeminnen
en vonkelende sterren die de hemel kleuren

         ©  Merel

Laat me

laat me je blik zijn
dan oog ik voor jou een vergezicht
dat groene horizonten schrijft
en toon ik het spinrag
waarin de ochtend pareldruppels fonkelt
als kristallen die flirten met de zon

laat me je blik zijn
dan toon ik jou een kortbij gezicht
zie je hoe rimpels
stilaan mijn voorhoofd sieren
ontdek je hoe mijn lach
plots hoopvolle sprongen maakt

laat me je blik zijn
dan kijk je verwonderd om je heen
hoor ik je zeggen dat je bijna niet meer wist
hoe een zomerdag adembenemend mooi kan zijn
en hoe ontvankelijk het kleurenlicht
met speciale tinten je levensweg kleurt

laat me

ik wou dat ik
maar ik blijf zitten met mijn honger

          ©  Merel

een beeld van jou

ik heb een beeld van jou
gewikkeld in je droomverlangen
luister je eindeloos naar klanken
hoe je meezingt met de massa
je ogen heel even sluit
een blik probeert te kneden
zodat je in je verbeelding ziet
hoe een melodie een lichaam krijgt
en gitaar spelend het beste van zich laat horen
je houdt het vast
koestert het droom minnend
en glimlacht bij dat wat je denkt te zien

                   ©  Merel