Je kunt niet langer

je kunt niet langer tussen de regendruppels schuilen
druipnat giechelen plensbuien in de plassen rondom jou
zelfs je kraag hangt half verzopen  
bijna te verdrinken in je jas
en de boom verliest zijn laatste bladeren
zodat ook dat voor jou geen redding brengt

kom maar binnen
lees je in het somber grijs
en aan de deur sta ik je op te wachten

trek je natte spullen uit
het geeft niet dat je sporen achterlaat
of misschien heb je liever dat ik het voor je doe
nu je beven me vertelt hoe koud je het wel hebt

je naakte lijf wikkel ik heel even in een handdoek
ik droog je af met zinnen die naar minnen smaken
kus je lippen warm
en mijn woorden zo lang ingehouden
vrijen uitgelaten met de golven in je buik 

                 ©   Merel

Advertenties

Dat ene bankje

ik heb het aan de meeuwen verteld
hoe ik eens moe gewandeld 
dat ene bankje zag
half verscholen tussen het duinblos van verlangen

hoe jij daar voor je uit zat te staren
ik aan je vroeg
of ik naast je mocht zitten

we zeiden niet echt veel
luisterden naar de taal van de zee
of het je ook bekoorde
fluisterde ik met stille stem

we hongerden een zonsondergang
het duurde niet echt lang meer
zei je

het was eind oktober
en ik kreeg het koud
je zag hoe ik beefde 

sloeg je arm om me heen
ik legde mijn hoofd op je schouder 
en voelde hoe een hittegolf in me stroomde

        ©   Merel
 

Je huivert

je huivert
nu hij zich tussen de spleten van de avond
als een overwinnaar nestelt
in de verminkte kamer van het huis

hij hangt zijn jas aan de kapstok
lijkt zich thuis te voelen
in de pijnscheuten van het spinrag van onverteerde letsels

steekt de haard aan
grijnslacht
en krijst hoe het zal stormen in je nacht

             © Merel

Volle maan

ik heb de maan alvast op je hoofdkussen gelegd
ze bloost vannacht goudkleurige wangen
en maakt je slaap wat zachter

in het hemelbed van haar dromen 
glinstert ze tedere blikken
en haar huidgedicht
nestelt zich gemoedelijk tussen je lakens

het is geen toeval dat ze juist nu
de zachtheid van haar ik aan je wil geven

tussen het steengruis van je gedachten
zag ze hoe een liefdesbloem verlangend naar haar keek

                ©   Merel

Vanavond

vanavond weerkaats ik mijn droom
in je stille kamer 
zachtjes ontwaakt ze 
zweeft niet langer in het gemijmer van een bloesemblad

zichtbaar raakt ze je aan 
en in de spiegeling van het licht 
kom ik doorschijnend tot bij jou 

ik glimlach de maan in je buik  
huiverend schokgolf je intense blikken 
en mijn vingers wanen zich een componist
nu ze teder de poriën van je huid bespelen

             ©  Merel

  

 

18-10-2010

mama

dadelijk komt witte jas

ze neemt me mee

naar daar waar messen snijden

 

mama

ik voel bang

zenuwen botsen in mijn buik

ik zal slapen en niets voelen

dat is wat ze zeggen

maar wie weet of ik nog wel wakker word

 

rustig maar mijn jongen

je bent in goede handen

kom ik geef je nog vlug een zoen

een knuffel en een ik zie je graag

ga nu maar

mijn liefde waakt naast je slaap

en als je wakker wordt

sta ik je in je kamer op te wachten

 

 

er knaagt iets in haar ik

minuten kruipen tergend traag

en botsen harde slagen in haar gedachtegang

 

 

mama

klein stemmetje in een ziekenhuisbed

ik  zie je ….

ben nog zo moe

 

           ©  Merel

Of misschien

of misschien heb je het koud vannacht 
ploeteren woorden in een tranenplas
zoeken tevergeefs een reddingsboei

en schreeuwen zinnen
zijn we nu echt hopeloos verloren

ik hoor je slagen galopperen
je weet het echt niet 

vertwijfeld vraag je me
waarom de maan bloedrode tranen schreit
en in de stilte die je overvalt
kruipt onheilspellend gemoedelijk op je schoot

ik wieg je in mijn zielsverbonden zijn
fluister warme letters in je dichtersveld
en het zaad van mijn poëzie mijmeringen
zal ooit liefdevol in je groeien       

            ©  Merel