De oever aan de overkant

hoe een woord plots
jou beeld op mijn netvlies plaats
alsof het pas gisteren was
dat ik afscheid van je nam

ik heb te weinig aan je gedacht
hoe het met je zou zijn
nu de boot je heeft meegenomen
naar de oever die je nog niet kende

je bleef stilstaan bij zo veel plekjes
alleen dat ene
het was verboden om daar aan te meren
zo lang je vaarde op de aardse wateren

je keek wel eens naar die andere kant
wist dat ooit op een dag de bootsman je kwam halen
toch had je nooit gedacht zo vroeg reeds zijn kajuit te delen

morgen zal ik dwalen langs de waterwegen
me afvragen langs welke oever je nu woont
als je me ziet zwem dan even naar de overkant
en vertel me hoe het nu met je gaat

              ©    Merel

Er is het kind

er is het kind dat niet begrijpt
waarom juist hij
en verder durft hij niet te denken

er is het kind dat woorden slikt
liever zwijgt
en niet zegt hoe moeilijk pijn verteert

er is het kind dat naar je kijkt
weet dat het je raakt
en fluistert hoe hij ook zijn weg zal vinden

               ©   Merel

Doornroosje

als dit de omgekeerde wereld is
dan is het huis een droomkasteel
en zij niet zomaar een vrouw

de mensen blijven verwonderd staan
kijken haar na
en roepen
daar is doornroosje op haar sneeuwwit paard

in de omgekeerde wereld hoort ze het verhaal
van de prins en zijn droomkasteel
hoe hij zich verveelt en op zondag languit ligt te slapen

maar zij is doornroosje
ooit viel ze in een toverdrank
ontdekte ze een bijzondere gave

voorzichtig gluurt ze door het raam
daar ligt de prins slaapdronken van verveling

een zoen van mij
denkt ze
slechts een zoen 

      ©   Merel

Het schildersdoek

en ik teken stille woorden op het schildersdoek
gespannen op een kader van mijn pijn
en vraag me af of je ooit zult begrijpen
hoe de hunker in mij zachtjes verder sluimert

wat doe ik met de leegte die naar me staart
het witte linnen dat naar leven vraagt
blijf ik somber kromme woorden schrijven
of schilder ik met liefdeswoorden de kleuren van de herfst

een zon die ogenblikkelijk ondergaat
met zijn warme gloed die nog even blijft smeulen
de laatste zomerbloemen die nog kleur bekennen
en de september dagen die ruiken naar de herfst

mijn woorden twijfelen nog even
tussen sterven en hoopvol verder gaan
maar het schildersdoek krijgt stilaan herfsttinten
en brandt vurig van verlangen

            ©  Merel

 

Het blad

het stille zuchten van de wind
is reeds genoeg
geruisloos valt het naar omlaag

zo lang gedragen door een boom
met takken die naar schoonheid snakken

nu komt de tijd dat zomer herfst wordt
de boom zich klaar maakt voor zijn winterslaap
het groene pronkstuk kent zijn taak
verandert stilaan van kleur
tot blaadjes vallen een voor een

om straks gemoedelijk te kraken
onder de voetstap van mijn mijmering

               ©   Merel

 

Witte sluiers

hij had de sluiers wit geschilderd
dacht het wazige te doorbreken
maar hoezeer hij verbeten verder kleurde
de grijze mussen bleven zijn blik verstoren

een parel had zijn glans verloren
vreemd dacht hij
toen de schitter naast hem stond
had hij er nooit bij stilgestaan

nu botste hij tegen vreemde muren
sarcastisch noemde hij het een dronkemansgang
beelden vervaagden en de herinnering
was nog slechts een ogenblik verwijderd van verdwijnen

                ©   Merel