Een klaproos

je hebt je er bijna bij neergelegd
de muur te stevig om tegen op te boksen
went zelfs een beetje
alsof hij langzaamaan bezit van je neemt
met harde ogen naar je kijkt
en zegt je bent een deel van mij

tot de verbijstering aan je arm trekt
misschien is het nog niet te laat
je ziet kleine scheurtjes
keiharde lagen
worden plots wat zachter
er komt beweging in de voegen
en stenen te lang opeen gestapeld
vallen zuchtend uit elkaar
tot steengruis voor je voeten ligt

en op een dag kijk je verwonderd om je heen
zie je hoe tussen het gruis een klaproos groeit
die met de vleugels van de wind wat zaad verspreidt
en je levensweg zo kleurrijk voor je dicht

             ©   Merel

 

Wat dromen

er droomden nog wat dromen in haar tuin
wie weet misschien
vroeger heel lang geleden
ooit op een dag
veel te mooi om waar te zijn

ze mijmerde een weemoedige blik
langs het slingerend pad
waar klaprozen met een charme offensief
bekoorlijke zoenen naar haar wierpen

ze twijfelde welke droom ze vandaag zou plukken
dacht aan wie weet misschien
gebeurde het dat ooit op een dag

veel te mooi om waar te zijn
schudde mistroostige blikken
en bloemen ogen parelden dauwzachte tranen
die als kristallen het gras versierden

         ©   Merel

Die woorden van mij

ze waren gehaast
die woorden van mij
kwamen hijgend aangelopen
hadden nog een vraag

waarom ik schreef
en woorden speels en onbezonnen
plots de schakels werden van een gedicht

ik vroeg ze om even stil te zijn
heel diep in hun gevoelens te kijken
er pruttelden emoties op een vuurtje
pijnlijk met een verdrietige blik
wat verder fluisterde weemoedig
het verhaal van stille nachten
waar een koude kamer geen warmte vond

van op de zijlijn stond de streling toe te kijken
warmbloeding hunkerde ze naar klapzoenen
die tintelingen in haar zielverlangen brachten

dan was er nog
maar woorden knikten
begrepen wat ik bedoelde
dansten innig met de zinnen
en schreven tussen de regels een nieuw gedicht

            ©  Merel

Witte jas

zal ik kleur bekennen
vingers kunnen tellen
en letters lezen van heel ver

zal ze me nog kennen
geruststellende woorden spreken
moet ik bang zijn voor wat komt

nog even dan stap ik weer
in de rit van het verdict
zit ik met een verkrampt gevoel
te wachten op die bruine stoel

zullen plassen met me schreien
mensen medelijdend naar me kijken
of schijnt achter wolken nog de zon

nog even en witte jas is dicht bij mij
kijkt me heel aandachtig in de ogen
en vraagt zich af wat ik nog zie

               ©  Merel

Je muze

mag ik je muze zijn
fluisterde de wind

ik flirtte met het licht
bespeelde de emotie
die als trillende snaren
verrukkelijke vioolklanken zong

zag hoe ijskristallen traanden
door een warmtebron
langzaam ontdooiden
en zich ontpopten
tot fonkelende sterren

mag ik je muze zijn
ik wil wat woorden van je horen
als een streling die me weet te verleiden
en meenemen naar de bedding van mijn wolk

         ©   Merel

Er was iets

er was iets met het water
eens zo helder kleurend
rimpelloos
rustig kabbelend
op het ritme van de tijd

er was iets
nu woeste golven
beukten tegen rotsen
en troebel water
zich verslikte in haar tranen

er was iets met de vrouw
nu ze oeverloos stond toe te kijken
zich afvroeg
of dit haar redding was

      ©  Merel

 

Hoe het voelt

even dacht ik je te vragen
hoe het voelt
nu stil ontmoeten
weldra warme stralen schijnt
en teder denken
schakels met je smeedt

ik heb mijn woorden vastgehouden
weet hoe blij zijn heel diep in je woont
en je van vergeet-mij-nietjes droomt
die bij het ontwaken de verbazing bij je brengen
dat het goed voelt hoef ik je niet te vragen
nu eindelijk zo lang naar uitgekeken
heel dicht bij je komt

tussen nu en morgen
breng ik je wat vertederende dromen
zodat bij het plukken van de nieuwe dag
gouden woorden aan de bomen hangen
om te koesteren in je onderweg

            ©  Merel