In de stilte

in de stilte van het ogenblik
aan de oever van de rivier
stapt een zachtmoedig iets
uit de deining van de stroom

met in zijn handen
woorden
stil geweven
drijvend op het ritme van het leven

er is het licht dat warme verzen dicht
windvingers
die een krans van bloemen vlechten
en een fluisterstem
mijmert witte rozen  in haar schoot

en doornen
eens schaduwplagen
worden vlinders van verlangen
met doorwaadbare dromen
gebotteld in een zee van maanweerspiegeling

         ©  Merel

Woorden in de lucht

met wat woorden in de lucht
kleurt hij schimmen van de maan
tot transparante dromen
die uit hun levensschaduw stappen

er opent zich een vergezicht 
het doorspoelen van de nacht
wat speelse kussen kruimelend
in het ontwaken van het ochtendlicht

er vloedgolft een stroom 
in de baai van zijn verlangen  
en uit een zee van liefde 
zwemt  een zeemeermin 
naar de schoot van zijn doorschijnend zaad

            ©  Merel

Weerzien

ik zal het weerzien voor je schrijven
met open blik
die woorden aan de horizon laat dromen

ze staan je op te wachten
in de taal die blozend nog wat zinnen zoekt
als prikkels die het lichaam vlinderen
en bubbels van sprankelend verlangen
hopen dat je ze gaat ontkurken
en neuriën een bruisend genot

ik heb mijn schoot ontdaan van winterkoude
mijmer een zachte bries van lentebloesems
er wuift een vonkenboomgaard naar jou 
nog even
dan mag je in mijn appelholte spelen

              ©  Merel

Geen woorden

ze ademt illusies uit
die wanhopig een luchtkasteel zoeken
waar beeldspiegels zich vastklampen
aan de armen van het droomverlangen

buiten huilt de wind
de keel dicht van het kind
een dichtgeschroeide mond
voelt zich als een zwerver
die geen woorden vindt om in te wonen

en tussen de doodse blik van de buren
woekert een grijns die naar haar kijkt

            ©  Merel

Dat wat in haar geest

dat wat in haar geest blijft huilen
bijeen gespaarde kindertranen
watertrappelend in vermoeide plassen
en de waarheid die ze probeert te verdraaien
veel liever zag dat hij zou verdrinken

de sprookjes waarin ze niet meer gelooft
nog steeds het meisje ziet
dat de harde wereld schuwt
wanhopig met haar vlechten speelt
en het licht
waarom mag het ’s nachts niet blijven branden

er kijken lagen haar meelijwekkend aan
ze willen pellen
schrapen en vervellen
dat wat in haar droom
angstig de slaap niet echt kan vatten

          ©  Merel

Waarom zinnen

waarom zinnen geen vuurvonken wiegen
behoedzaam in de nacht hun ogen sluiten
geliefde woorden toedekken
met een deken dat dichtletters mijmert
als smeulende verlangens
niet echt gedoofd

het voelt koud
nu poëzie zich snijdt  aan de maanspiegel

kristalliefde
breekbaar struikelt
over de wortels van haar droomboom
en zielsdood
niet eens meer aan haar wonden likt

          ©  Merel

Als je schaduw

als je schaduw
aarzelend de horizon aanraakt
nog beeft in zijn emoties
en twijfel als een koord van dichtsnoeren
beklemmend dicht bij jou blijft staan

dan  kleurt ze wilgen blauw
graaft woorden op
die je eens had laten vallen
om berustend in de schootaarde te verdwijnen

ze komt met dichtzinnen naar je toe
die in de buik van een vlindervrouw
als slapende vonken
voorzichtig worden wakker gestreeld

en iets dat naar bevrijding smaakt 
fluistert lippen op je mond

        ©  Merel