Twee mistkinderen

ze nevelen in het licht van de volle maan
twee mistkinderen
geboren uit wat stergemijmer

verdwaald ontmoeten ze elkaar
op het kruispunt van hun zijn
weten niet waarheen 
klampen zich vast aan wat woorden in de lucht

zal ik je in mijn armen nemen
twinkelt het hij-tje

het voelt zo goed
fluistert het zij-tje
als ik nu eens een vlammetje voor je dicht

samen fonkelen ze een wolk van tederheid
verwarmen zich aan hongerige vonken
en ontdekken hoe mooi liefde wel kan zijn

                      © Merel

 

Auti-denken (3)

hoe woorden in een plas van zweetdruppels
hijgend onzekerheid spellen
als zwarte letters
te lang gebotst in het hoofd van niet begrijpen

hoe ze krampachtig naschokken
hun buik vasthouden
zich afvragen
wanneer de storm stille tranen schreit

mijn kind
ik heb ze in mijn moederziel gewiegd
met liefdeswoorden in slaap geneuried

morgen sta ik je op te wachten
met warme zinnen voor jou gebotteld
in de schoot waar alles eens begon

           ©   Merel

Auti-denken (2)

je loopt je adem uit je lijf
wil niet verstrikt raken in de kronkels
die als een struikelblok in je gedachtegang bonken

maar ze zijn sneller als jezelf
aan het kruispunt van je brein
staan ze je reeds op te wachten

je verstijft
en een monotoon gezoem van woorden
springt ratelend uit je mond

ik heb met je te doen
wil je in mijn armen sluiten
maar je bent als ijs 
te koud om aan te raken  

           ©  Merel

Auti-denken

hij grijpt verwarde dagen bij de keel 
wil niet verdrinken in een draaikolk van onbegrip
zoekt naar een letter in het wit
die zijn zwarte bladzijden misleidt

en de kreet die uit zijn mond ontsnapt
wat doet hij daar nu mee
ze staat hem reikhalzend uit te dagen
om nog luider uit zijn keel te springen

ik dicht  voor jou wat moederliefde
om je te bevrijden uit het kluwen
verstrikt in draden die je geen duidelijkheid brengen
en beklemmend als een koord je ik dichtsnoeren

                ©  Merel

Gevlochten woorden

ze dicht verzen in zijn zielenkamer
gevlochten woorden die vrouwendromen uitademen
en een naam bonken
in het klotsen van zijn aders

hoe een vrouw het weerlicht is
als een bliksemflits in hem beweegt

hij die naar haar zinnen hunkert
en stromend in haar verdwijnt

           ©  Merel

Vlindervleugels

nu zijn vlindervleugels raakzinnen dichten
lichtbloemen in haar schoot plots groeien
en ze zich wikkelt in de huid van de maangodin

sterren in het gras vochtig van verlangen
een bed van liefde fonkelen
en stralen de weg wijzen naar die ene tuin

vliegt hij glimlachend uit zijn droom
voorbij het wolkenveld van mijmerblikken
naar de vrouw die hem bevrucht
met verzen uit haar ziel geplukt

        ©  Merel