Levensboom

gisteren – donderdag – werd mijn vader 86 jaar
 
na al die jaren verstrengelen je wortels
nog steeds met je levensboom
de laatste tijd al eens wat wankel door een windvlaag
dan weer hoopvol nieuwe bladeren dragend 
 
de littekens op je stam
sieren je minder goede dagen
uit de scheurwond toen je zoon voorgoed zijn ogen sloot
sijpelt dag in dag uit een beetje van je sap
ik vreesde dat ik je toen ook zou verliezen
had nooit gedacht dat je zo sterk zou zijn
 
nu is er weer een nieuwe levenstak ontsprongen
nog pril en klein
hoop ik dat hij in al zijn eenvoud verder groeit
zodat ik volgend jaar een nieuwe tak mag omhelzen
 
             © Merel

Moederliefde

op de toonladder van moederliefde
schrijf ik je een briefje
er zweven groeiletters in mijn schoot
ze verstrengelen tot hartverwarmende woordjes
 
hoor je in de verte het gezang van de merel
ik heb je lief zo lief mijn zoon
elke dag een beetje meer
 
        ©  Merel

Dat ik

Vandaag wordt onze oudste zoon – onze ver weg zoon – 29 jaar

 

dat ik je mis
dat ik je nu knuffel zoenend in mijn armen droom
dat ik dicht bij je wil zijn
dat loslaten soms zo moeilijk is
dat mijn moeder hart klopt voor jou
dat ik me afvraag wat doe je nu
 
dat ik weet dat je gelukkig bent
dat ik weet dat je je weg daar vindt
dat ik weet dat je liefste je verwarmt
 
dat je weet dat ik trots op je ben
dat je weet dat ik van je hou
dat je weet dat we vlug weer voor heel even bij je zullen zijn
 
mijn ver weg zoon
ik zie je graag
 
       ©  Merel

En dan

zo maar een februari dag
ik draai cirkels rond mijn letterkorf
twijfel welke ik zal nemen
 
ik wil ze kneden
in de horizon van het licht gefluister
hoe ze als een speelse verleidster
wolken wil bekoren
 
of is het plagen vraag ik me af
zal ik wel of zal ik niet
doorheen je vlagen priemen
 
ik stop wat letters in mijn binnenzak
neem ze mee naar buiten
ze mogen blij en vrolijk stoeien
op het springtouw van de nieuwe dag
 
en dan
ja en dan
dat zie ik wel
 
        ©  Merel

Vergeet-mij-nietje

er zweeft een vergeet-mij-nietje
op de wolken van een nieuw gedicht
 
ze klopt aan het deurtje van de hemel
een ster wijst de weg
naar dat ene witte wolken watten huisje
 
iemand vroeg me om tot bij jou te komen
fluistert het bloemetje
en in het gelig hartje zie je
hoe zij die het voor je plukte
een knuffelknipoog naar je stuurt
 
            ©  Merel

Elfen sprookje (5)

ze giechelt
voelt zich uitgelaten
samen  spetteren in het water
zo heel anders dan werken in het elfjes bos
 
daar komt een golf zo reuze groot 
ze klampt zich vast aan de vleugels van de meeuw
voor heel even vliegen ze boven die hele grote plas
 
kijk daar roept ze naar de meeuw
al die grote beesten in de zee
dat was wat ik dacht te dromen
heb ik het dan toch in het echt gezien
 
kom ik breng je tot daar glimlacht de meeuw
je moet niet bang zijn
het zijn zeehonden ze doen je niets
ze zijn ontzettend lief
 
weet je wat
ik vraag of je op hun rug mag zitten
dan zie je alles nog zo veel mooier
en drijf je heel gezellig mee
op het ritme van hun eb en vloed
ze zwemmen wel tot aan de branding
daar sta ik je op te wachten
 
           ©   Merel

Ontbijt in bed

ik maak je zachtjes wakker
fluister tintelingen in je oor
wil je ontbijt in bed
vraag ik met stille stem
 
ik heb wat liefdessap voor je geperst
brooddeeg verwarmd met mijn zinnen
gebakken met het vuur dat in me gloeit
en een hart gekneed van passievruchten
 
ik kruip verlangend tussen de lakens
het is zondag we hebben tijd genoeg
de geur  van minnen hangt in de kamer
wat als we beginnen met een ochtendzoen
 
               ©  Merel