Gedichtendag

er was iets
ze wist niet echt wat
het stond haar ’s ochtends op te wachten
liep haar achterna
trok hunkerend aan haar jas

dat ene iets
het bleef haar achtervolgen
het voelde goed
alsof iets vruchtzaad strooide in haar schoot

ze keek verwonderd om zich heen
zag letters vrolijk touwtje springen
een krans van woorden vlechten
in al hun eenvoud verstrengelen met zinnen
zo gezellig samen op de mijmerschommel van dichtverzen

er was iets met die laatste januari donderdag

               ©  Merel

Ik zag

ik zag een warme glimlach in de vleugel van een meeuw
hoe ze me meenam naar haar duinbed
het zand gladstreek met haar snavel
zich verwarmde in het licht van een hoog zwangere zon

hoe ze het verhaal vertelde van die ene vrouw
de rust die ze uitstraalt in het zee zien van haar ogen
haar voetstappen onuitwisbaar
langs de branding van de vloedlijn kuieren

hoe ze sporen van zij die niet meer is dicht bij haar voelt
hoe ze een teder zielsdicht schrijft in haar rechter boezem
hoe een windzucht een golfslag zachtjes in de armen neemt
hoe ze weet dat iets van haar steeds weer naar haar wuift

                 ©  Merel

Ik schrijf

Vandaag zou mijn moeder haar 83ste verjaardag vieren

 

ik schrijf warme letters
op de sneeuw mantel van je graf

vroeger stond ik naast je
zoende ik een gelukkige verjaardag op je wang

           ©  Merel

 

Ik leg

ik leg de streling van de avond in je handpalm
het huiverend ontwaken van een januari blos

tussen het gefluister van de takken
verstrengelen emoties in een winterdicht

           ©   Merel