Knuffelwoorden

hoe uit de taal van sterren
knuffelwoorden groeien
als een lichtglans twinkelen
en met het gefluister van de wind 
aarzelend in het ochtenddauw ontwaken

ik heb ze liefdevol verwarmd
in de zielstuin van hun voelen
met mijn adem aangeraakt
en met een knipoog van de zon
dansen ze een regenboog van schouderklopjes

ik wikkel ze hartverwarmend in je ik 
als iets van mij zo heel bijzonder 
spreid mijn vleugels beschermend rondom jou 
en wieg je in een zee van tederheid

         ©  Merel

Advertenties

Hoe kristallen zweven

hoe kristallen zweven in het zijn
een  bundelend begeren scheppen
en wolkdromen als witte bruiden
in het licht van mijmeringen
plots blauwe wangen blozen

het lijkt alsof een winddicht zinsbeelden zucht
de ziel van de dichter weemoed verwarmt
en woordbloemen gretig in het groeien
verlangen ademen in zijn schoot

          ©    Merel

Voor M. en A.

dan treurwilgt je schoot regenvlagen
en de leegte
die zielsverloren in je boezem snijdt
krast ik mis je in wolken die met je rouwen

en hoe men ingetogen een laatste keer zijn lichaam groet
woorden gehuld in nevelvlagen je willen troosten
het gaat aan je voorbij

het voelt als sterven in het avondlicht
nu je moederhart voor altijd breekt
je wil zo graag terug gaan in zijn tijd
en dat wat hem
naar adem happend de keel toesnijdt
met al je liefde een halt toe roepen

het waarom zaait hamerslagen in je hoofd
en de splinters in je verscheurde ziel
kijken je wanhopig aan

        ©   Merel

Hoe een sneeuwkristal

hoe een sneeuwkristal haar glans weerkaatst
als een verleidelijk lichtinval je ik bemint
ze straalt  winters warm
en een teder iets kijkt je aan
geruisloos komt ze dicht bij jou
ze smelt verlangen op je huid
en ademt een zo lang gekoesterde droom

ze nestelt zich in je bestaan

je voelt de hartstocht in je stromen
en hoe heet een februari dag wel kan zijn
het raakt je tot in het diepste van je ik

             ©  Merel

Auti-denken (6)

hoe zwarte kraaien 
bloeddorstig het kind benaderen
schurend krassen
en chaotisch in zijn denken botsen

hoe benauwend zijn ruimte krimpt
stemmen hem overdonderen
en het geluid zoemend
zijn adem verbrijzelt

met een schreeuw van niet kunnen
kraakt zijn brein
en als wrakhout spoelt hij aan
in de zielsliefde die hem baarde

        ©  Merel

Met je adem

met je adem inspireer je neveldraden
als woordeloos ontwaken
in het licht van verwonderd kijken

je wil haar muze zijn
parelt dauwvocht
in de schaduw van haar ziel

je herstelt een vrouwendroom
te lang vast gekluisterd
aan de wortels van haar ik
en een vloedgolf van verlangens
mijmert onomwonden een minverhaal

             ©  Merel

In het ochtendlicht

in het ochtendlicht
vonk ik bliksemflitsen in je stroom
hoe ‘ik mis je’ je verwarmt
en je weet dit duurt maar even

dan kijkt de vrouw in mij
je weer blikverleidend aan
dicht ik voelzinnen op mijn  lippen
als bloesems die hunkerend verlangen kleuren
in tinten zachtaardig als de stilte van het samenzijn

je raakt ze gretig aan 
en de zielsgolven die ons omringen
verstrengelen bij het invallen van de duisternis

             ©  Merel