Ik wou

ik wou dat ik een sneeuwvlokje was
watten donzig lief
in mijn dwarrelen naar omlaag
droomde ik me dicht bij jou

streelde ik zachtjes je huid
beroerde ik je lippen
zoende ik een zoentje bij je oor

je huiverde
in je stil gefluister begreep ik
het is niet van de kou

           © Merel

het wordt

het wordt een beetje winter glunder ik
ook jij kijkt er naar uit

hoe ijskoud zich verwarmt
in de weerspiegeling van de vijver

hoe in de krassen van bevroren zijn
lavendel zinnen de geur van herinnering bij je brengen

hoe het mijmerend een januari dag kleurt
als fonkel lichtjes in een winterdicht

               © Merel

Mijn broer

ook al ruik je niet meer naar het ziekenhuis
’s nachts woel je nog steeds in mijn gedachten
op de schommel van vertakkingen
botsen witte jassen in mijn hoofd

ze kunnen veel hoor ik je denken
maar je niet weet wat ik weet bonkt het diep in mij

’s morgens fluistert een glimlach
kom aan ik verwarm je lippen
ik zie weer het mooie in het lucht
schrijf er was iets 
droom onder mijn mijmerboom
zelfs pretlichtjes dansen in mijn ogen

en toch
het knispert in mijn dageraad 
mijn middagzon kleurt sombere tinten
er is het gehuiver van het avondlicht
schaduwvlekken zaaien vraagtekens op de maan

mijn broer
wat nu gedaan

          ©  Merel

 

Er was iets

er was iets met de lucht
alsof ze glanzend in de betovering van haar zijn
verloren sporen weer begeesterde

een dauwdruppel pas geboren
parelde een kristal glimlach
een lichtspoor in het ontwaken van het gras

             ©  Merel

 

     

Een maandag

vandaag 23 januari zou mijn moeder jarig zijn

een maandag niet zo maar doodgewoon
meer nog als andere dagen
wil ik vandaag heel even met je praten

je kleinzonen je zou ze moeten zien
stilaan vinden ook zij hun weg
onze oudste heeft zelfs zijn grenzen verlegd

er is iets dat ik je wil zeggen
ik weet het wel je waakt nog steeds over ons
mijn broer
zou je het van daar aan de overkant ook weten
hoe witte jassen in hem sneden
hij vandaag naar huis mag gaan
de kwade beestjes in zijn hoofd ze zijn nog niet genezen
maar met alles wat ze kunnen blijven we erin geloven

vandaag zou ik zo graag
dat kruisje voor het slapengaan nog even voelen
voor mij maar heel in het bijzonder voor mijn broer
waar nu je thuis ook is
ik voel hoe je het vanavond aan ons zal geven

                  ©  Merel

Een vrijdag

een vrijdag in de zetel
naast het voelen van een donderdag

ik kuier langsheen het geblader
ontroerend mooi
dat wat ik gisteren . . .
neen dat vertel ik je niet

soms droom ik even weg
voel warmte in me stromen
mijmer dichtzinnen
bij dat wat . . .
ook dat vertel ik je niet

dat ik me veilig en geborgen weet
ik zie hoe het je raakt
diep van binnen in mijn ziel
parelt schoonheid een traan

       © Merel

Het voelt

het  voelt alsof ik even wankel
op een koord van en wat nu

toch is er een draad
warmhartig
die me in zijn armen wiegt

zachtaardig
de dag van morgen
in mijn schootgemijmer spint 

          ©  Merel

Je stem

er is iets met je stem
alles klinkt zo monotoon
alsof het woordvuur dat in je brandde is uitgedoofd

komt het door de messen vraag ik me af
zijn ze uitgegleden
hebben ze je gevoelswereld aangeraakt

er is iets met je stem
ik hoop dat ik me vergis
ze is niet meer de jouwe

         © Merel

Maanblik

in maanblik verschrompelen de rimpels van gisteren
de krater lijkt ineens wat minder diep
een zwachtel om zijn hoofd dicht de wonde

het lijkt alsof bang zijn even achter de horizon verdwijnt
een zachte gloed streelt de glimlach van morgen
toekomst borrelt hoopvol in een vergezicht

            ©  Merel

Een vlammetje

of ik een vlammetje mag zijn
een vlammetje voor je hoofd
dat licht gevend naast je waakt

een vlammetje dat zegt
het komt wel goed
nu messen in je snijden
heel voorzichtig
woeker haarden uit je halen

of ik een vlammetje mag zijn
dat sterkte fonkelt in deze bange uren

           ©  Merel