Wat windzucht

er sluipt windzucht langs de huizen
met in zijn armen wat dode vogels
gevonden in de schoot van kale akkers
waar versteende liefde geen honger stilt

en achter een verduisterd raam
vraag ik me af waarom een briesje
zielloos van mijn emoties eet

ik ril in de steek gelaten zinnen
bedek ze met wat laagjes pijn
vang wat golven op
die uit een zee van sprookjesdromen
verkrampt ontdekken
hoe koud de werkelijkheid wel is

ik heb met hen te doen
vertel ze hoe wintervelden
over bevroren gevoelens glijden
en de ziel zich in een ijslaag wikkelt

tot een maanzoen naar beneden duikelt
lippen zich vastklampen aan kristalroos
een fluisterwind warmbloedig wordt
en stroom smeltend
zich in alle stilte voortbeweegt

           ©  Merel

 

Advertenties

Dichtminnen

hoe iets haar zinnen raakt
het voelen
van het intense van het zijn
als een vonkenregen
de schoot
van haar mijmerende boom begeestert

hoe een woord
zo maar uit het  niets
dicht bij haar komt
als voedsel voor bekoren

ze houdt het vast
als iets zo heel bijzonder
koestert het in haar gedachten
kneedt het tot sprankelende dichtregels
die als een klaterende fontein
helderblauwe poëzie schrijven

zodat die ene mens
dronken van verlangen
zijn ziel verrijkt 
met bubbels van dichtminnen

        ©  Merel

Als dwaallichtjes

als dwaallichtjes
je gedachtegang verstoren
er geen ruimte is
om rare kronkels
in je kamer een plaats te geven

je als een storm
bonkend met je woorden gooit
monotoon hetzelfde steeds herhaalt
het licht je veel te jonge ogen dimt

dan neem ik je mee
naar de stilte van het zijn
waar het maanlicht
luistert naar een sterverhaal
en kristalwoorden
een toekomst voor je bouwen

          ©  Merel

Onthutste woorden

hoe onthutste woorden
bevend langs de tranen dolen
ingetogen het leed omzwachtelen
en gek van angst
ontredderd hopen dat hun kind

er hangt verbijstering in de lucht
te zwaar beladen
schreeuwt zijn onmacht uit

hoe die ene ochtend plots heel anders kleurt
zo weerloos
niet begrijpend in je hoofd blijft bonken
morgen nooit meer hetzelfde is

schokgolven
gedompeld in een niet te beschrijven pijn
overspoelen het land

           ©  Merel

Ontwakende klanken

ik zag hoe zielsverlangen uit het water kwam
als een zeemeermin zich neervlijde langs de oever
met in haar schoot een mijmerende blik
als dwalen langs dromerige spiegels

uit de stilte ontwaakten klanken
alsof een sirene
drijvend met de stroom bewoog
zacht neuriënd de dichter verleidde

het leek alsof schemer niet meer huilde
sterren lichtwoorden bij hem brachten
er was iets dat aarzelend zijn lippen beroerde
een warme gloed die hem begeesterde

           © Merel

De geur van minnen

en in de kamer hangt nog steeds de geur
van stormachtige vonken
die zinverslindend met je lichaam speelden
hoe vingers je beroerden
even aarzelden bij je navel
hunkerden naar de tuin der lusten

je gloeide
dacht aan een lijf aan lijf beminnen
je was de vrouw die hartstocht ontketende
er lagen nog wat kruimels in je schoot

en vlinders vlogen uit je buik
als antwoord op de blik
die wellustig naar je keek

         ©  Merel

Brooddeeg

ik heb brooddeeg voor je gedroomd
kneed het met mijn handen
voel hoe vingers beven van emotie
nu ze hunkerend
met je lichaam willen spelen

het mag rijzen in een doek van liefde
dat mijmerend verlangt
en ik bak het
in een oven van warme zinnen

ik laat me verleiden door de geur
voel hoe buikhonger me overvalt
kijk je aan
en vraag of je hetzelfde voelt

je kleedt me met je blikken uit
breekt het brood in stukken
strooit kruimels over mijn naaktheid
ik zie hoe je naar adem hapt
en tongstrelend van me proeft

              ©  Merel