Voorbij de schaduw

voorbij de schaduw van je ogen
klim je op de toonladder van de nacht
en in het weefgetouw van lichtjaren
pluk je voor mij de mooiste ster
 
           © Merel
Advertenties

Een jurkje

een jurkje
ietwat luchtig
zonder winterdraadjes
voelt lente kriebeltjes in haar stiksels
 
ze voelt zich opgesloten in de kast
wil zo graag een vrouwenhuid versieren
als strak gespannen weefsel
de adem voelen van een warme voorjaarsdag
 
              ©  Merel

Vrieskoude

het kan zijn dat het vannacht gaat vriezen
mompelt een grassprietje
en ze kijkt met bange oogjes naar omhoog
de takken bekennen stilaan kleur
als een palet van stil leven
pas geboren in het bloesem hart
zo broos en kwetsbaar
veel te pril
om de adem van koude nachten te verdragen
 
ik ben er toch fluistert de vuurkorf
heb vertrouwen in de vrouw
kijk hoe ze angstvallig waakt
bij vrieskoude tot bij me komt
met al haar liefde zorgt voor een warme gloed
vonken hoopgevend fonkelen
tot het licht de bloesems streelt
 
            ©  Merel

Ik weet het wel

ik weet het wel
een rijpe appel valt nog lang niet naar omlaag
toch ontwaakt de boom stilaan uit zijn winterdroom
de bruidssluier in haar bloesemkleed
komt met kleine stapjes dichter bij
hoe graag ze hem wil verleiden
lees je in haar zinsgemijmer
 
jij en ik we liggen halvelings in het malse gras
met als ruggensteun het geprikkel van de stam
we strelen zachte woorden
keuvelen hoe mooi de zomer wel zal zijn
en dansen met de pretlichtjes van onze lente ogen
 
we wentelen ons in de boomgaard van tijd genoeg
vingerdichten tintelingen in onze buik
en op een dag – ik weet het wel het duurt nog lang –
valt plots een appel zo sappig om in te bijten uit de boom
alsof het zo moet zijn  zo maar tussen onze lippen
we proeven en proeven tot we niet meer kunnen
zuchten van genoegen en kussen eindelijk een appelzoen
 
                 ©   Merel

 

Zal ik

Normal
0

21

false
false
false

NL-BE
X-NONE
X-NONE

MicrosoftInternetExplorer4

/* Style Definitions */
table.MsoNormalTable
{mso-style-name:Standaardtabel;
mso-tstyle-rowband-size:0;
mso-tstyle-colband-size:0;
mso-style-noshow:yes;
mso-style-priority:99;
mso-style-qformat:yes;
mso-style-parent:””;
mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt;
mso-para-margin-top:0cm;
mso-para-margin-right:0cm;
mso-para-margin-bottom:10.0pt;
mso-para-margin-left:0cm;
line-height:115%;
mso-pagination:widow-orphan;
font-size:11.0pt;
font-family:”Calibri”,”sans-serif”;
mso-ascii-font-family:Calibri;
mso-ascii-theme-font:minor-latin;
mso-fareast-font-family:”Times New Roman”;
mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
mso-hansi-font-family:Calibri;
mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

zal ik heel stilletjes dicht bij je komen
vraagt het lieveherenbeestje
aan het bloemetje zo doorschijnend wit

je lijkt me eenzaam
broos en kwetsbaar in deze harde wereld

ik zal je zachtjes aanraken
beschermen
wat kleur in je hartje brengen
je nacht verwarmen
met de adem van ik laat je niet alleen

              © Merel

 

 

Voor Hilly

http://www.hillysgedichten.blogspot.be/

 

fluisterstil kom ik tot jou
met in mijn korf een schat aan herinneringen
geplukt in de bloementuin van het kleine meisje
 
loslaten wandelt nu naast de vrouw
hij die mooie kleuren voor haar zaaide
besprenkeld met de geur van ik heb je lief
zo vaderlijk vertelde over de seizoenen
en hoe bloemen in liefde steeds weer groeien
hij die je lief heeft is niet meer
 
en al is er in je binnenste een stemmetje dat zegt
hij heeft zijn rust gevonden
toch slijpen messen scherpe kanten
en kerft de pijn wonden in je zijn
zo moeilijk te verteren
 
er is een leegte die vertwijfeld naar je kijkt
het missen zo moeilijk te verwoorden
is hij nu gelukkig daar aan de overkant
je wilt het zo heel graag geloven
en als ’s avonds de eenzaamheid je overvalt
je het binnenskamers niet uit kunt houden
zie je plots de glimlach van die ene ster
en is hij zo heel dicht bij jou
 
               ©  Merel

Elfen sprookje (6)

met een glimlach zo gelukkig
dobbert het elfje op een zeehondjes rug 
de huizen worden steeds maar kleiner
alsof het speelgoed huisjes zijn
zo midden op de zee wie had dat gedacht
ze zwaait met haar elfen vleugeltjes
vrolijk naar de vriendjes die rondom haar zwemmen
 
daar komt een school vissen even naar adem happen
zie je mij roept ze met blije stem
het voelt als bootje varen
en ik ben helemaal niet bang
 
ze sluit haar ogen en een zacht briesje
neuriet lieve woordjes in haar oortjes
een zuchtje ontsnapt uit haar elfen mondje
nu ze plots weer bij de branding staat
 
vond je het fijn vraagt de meeuw
en hij leest het antwoord in haar pretoogjes
kijk de zon gaat bijna onder
kom ik neem je mee naar het duinbed van de nacht
 
                  © Merel