Je schrijft

je schrijft eind mei
en je vraagt je af waar de lente is gebleven
de terrasjes hunkeren een zwoele avond
dunne jurkjes hangen in de kast
hoelang nog zuchten ze met mijmerende blik
ik wil zo graag strak gespannen
een vrouwen lichaam behagen
alleen de wind ademt koude vlagen
en de zon vergeet dat het bijna juni is
de langste dagen kruipen in hun schelp
en zoeken een warme jas om zich te verwarmen
 
               © Merel
Advertenties

Er korrelt

er korrelt zand in mijn haar
ik wieg me in de branding van mijn voelen
de wind heeft vrij spel
en aan de golfbreker van mijn zijn
zoek ik in de stroom van woorden
naar dichtzinnen die me bekoren
 
        © Merel

Thuiskomen

thuiskomen

is de deur opendoen

de geur opsnuiven van hier ben ik weer

je weekend herinneringen aan de kapstok hangen

en in de zetel van het goed gevoel 

liefdevol de terugblik verwarmen van zo mooi 

 

              ©  Merel

Aan de branding

aan de branding van mijn strandverhaal

kwam ik speelse zinnen tegen

of hij een huiddicht mocht schrijven

onstuimig als de wind 

ik twijfelde even

zag voetstappen warm ingepakt 

maar wat ik voelde waren vlagen die me behaagden

dus ja  ik liet me gaan

met blote armen 

alleen ik en de streling van de wind

 

                 © Merel

Als ik

als ik de zee weer min

met zandkorrels van de dichter

mijn sporen schrijf

op de dijk van hier ben ik weer

wind zinnen sprokkel

en haasje over spring met de golven

als ik dan een duinbed vind 

blijf je dan bij me 

tot de zon verstoppertje speelt met de horizon

 

                      © Merel

Bij het spoor

daar bij het spoor van de vroege ochtend 

draag je mijn woorden in je handen 

ze zijn uitgerust zeg je 

en voorzichtig leg je ze in mijn mond 

ze voelen warm 

blikken vreugde parels in hun ogen

ik kijk naar jou en jij naar mij

ik heb je lief fluister ik zo lief

 

          ©  Merel

 

Hou je

hou je mijn woorden even vast
en als ze moe zijn
wil je ze dan wiegen
aan de oever van het stil zwijgen
nu de schaduw van de nacht
met zijn lippen mijn zinnen stilt
morgen drijven ze met dromerige blik
weer in het spoor van verder gaan

             © Merel