In de schootbuik

in de schootbuik van de winter
huivert een schaatsnimf
stilzwijgend haar laatste woorden

nog even
dan glijden zinnen uit de navel van de lente
als warme adem in de voetstap van het ochtendgloren

                ©  Merel

Neveldicht

buiten druppelt een neveldicht hongerig naar de lente
het duurt niet lang meer lees ik in haar parelogen

ze werpt verliefde blikken naar de boomgaard
streelt met een stil gefluister de schootvingers van de takken

mengt de juiste geur van bloesemdromen
strooit de eerste krokussen in het gras gemijmer

              ©  Merel

Dag broer

ik weet nog hoe ik je belde die veertiende februari avond
het voelde goed je stem te horen
dat het je laatste Valentijn zou zijn
had niemand van ons verwacht

we hoopten dat de stoute beestjes je niet meer zouden plagen
je was weer in je huisje
(wie had gedacht dat je even later weer tussen witte lakens lag)
samen met je vrouwtje die zo ontzettend van je houdt

weet je broer ze heeft het nog steeds zo moeilijk
vandaag daar twijfel ik niet aan snijdt de pijn een ietsje dieper
ook al zeg ik het haar niet met zo veel woorden
net als zij mis ik je iedere dag een beetje meer

broer ik wil vandaag haar knuffel kussen zijn
dat ene schouderklopje dat een traan verwarmt
wil jij dan van in je witte wolken watten huisje
met al je liefde haar Valentijntje zijn

              ©  Merel

Zal ze

zal ze haar weg wel vinden
in het witte bruidskleed dwarrelend naar omlaag

hoe zal het beneden zijn
daar in de wolkbuik voelde ze zich geborgen

ze kan niet meer terug
een sneeuwtraan stroomt geluidloos langs haar wang

             ©  Merel 

Er knipperlicht

Er knipperlicht iets moois
in het sneeuwoog van dat ene vlokje

ze komt van ver
uit een wolk van vederlichte dons

ze wil zo graag een boodschap brengen
hoe zielsgeliefden van daarboven naar ons wuiven

              ©  Merel