Ik heb wat woordjes

ik heb wat woordjes voor jou
geplukt uit de wolken van je weet wel waar
ze keuvelen gezellig samen

soms als een zacht briesje dat onze zinnen streelt
dan weer verluchten ze hun witte wolken watten huisjes
tikken druppeltjes eensklaps tegen ons vensterraam

vanavond weten ze te vertellen
fonkelt een ster zo mooi als nooit voorheen
blij en opgewonden kijkt ze uit naar die ene grote reis

morgen is ze dicht heel dicht bij jou
neem je haar mee naar de zee van jij en haar
dan mag ze stromen in het spiegelbeeld van de maan

ik kom terug fluister je dan met warme stem
in het voetspoor van hoe het was wandelen we weer net als toen
langs de branding van ons zielsverbonden zijn

                ©  Merel

Het lijkt

het lijkt even op te klaren
je regenjas zo lang gedragen
schudt de laatste  druppels van zich af

er schommelen wat woorden aan de kraag
uitgelaten strooien ze een glimlach in het rond
misschien kan dit de lente wel bekoren

             ©  Merel

Het wachtkamertje

daar in het wachtkamertje van het zielsgespinsel
keuvelend in de zetel van gelukkig zijn
zitten ze gezellig bij elkaar

lettertjes
gisteren nog wiebelend aan de takken van de mijmerboom
vandaag geplukt in het licht van het goed gevoel

nog even
dan kneedt een vrouw ze tot verleidelijke woordjes
als rijpe zinnen uit haar schoot geboren

                ©  Merel

Ik noem het poëzie

ik noem het poëzie
nu het pluizenbolletje op wandel gaat naar ze weet niet waar
haar akkoorden achterlaat
in het weiland van nieuwe dichtregels
waar madeliefjes
met gele bloshartjes haar staan op te wachten

ik noem het poëzie
nu ik mijn woorden kneed in de schoot van de ochtend
met dauwdruppels glinsterend als een parelsnoer van stil verlangen
terwijl een merel de stilte verwarmt met haar mooiste lied
en ik sprakeloos de geur opsnuif van het wondermooie

ik noem het poëzie
nu ik me met open ogen spin
tussen de regels van dit lente dicht

             ©  Merel

Ik nam je mee

ik nam je mee naar het eiland voorbij de horizon
in een zee van stilte beroerde ik je ziel
stroomde je in de stroom van mijn gevoelens

uit onze navel parelde de gemoedsrust van de zee
we lieten ons drijven op het ritme van de wolken
wentelden ons in het zand van ons verhaal

              © Merel

Op een dag

op een dag in mei
verdwaal ik tussen het kortverhaal van de lente
veel te koud laat het steken vallen

met stille huiver probeer ik ze op te rapen 
zal ik wat vruchtvlees voor je dichten
je als een bruid versieren in het hooglied van warme golven

              © Merel