Op een dag

op een dag deed ze haar ogen dicht
je wist niet wat in haar roerde
hoe ze in alle stilte dacht
mijn God wat ben ik moe

veel te lang is het geleden
dat ik nog aan je heb gedacht
zie je mij als een egoïst 
nu ik even weg wil rennen
alleen maar aan mezelf denk
en me zo graag eens laat verwennen

verdrink ik in de jaloezie
als soms een steek van pijn
mijn keel dichtknijpt
omdat anderen . . .
– neen ik durf het niet te zeggen –

vergeef je me mijn God
als ik soms de moed verlies
en tranen langs mijn wangen glijden
wetende dat ik sterk moet zijn

ik hunker naar een schouder
waar ik even uit kan huilen
woorden die me laten proeven van de troost
en een knuffel, zo maar een keer voor niets

als je me  begrijpt
geef me dan wat van je kracht
zodat mijn moe zijn zich ontpopt
tot een vrouw die op zal staan
geef me  een klein  sprankeltje van verder gaan
voor mij is dat reeds genoeg

            ©  Merel

Advertenties

Een moeder

een moeder 
is ten einde raad
moe gestreden
veel zorg gedragen
vlucht ze in de nacht

het huis blijft heel alleen
ze schreeuw  verdriet
echo kotst in haar gelaat
pijn verkrampt zo van de pijn

een moeder
denkt ik kan niet meer
genoeg gemoederd
ik sta nu even stil
adem hijgt en loopt haar achterna
ze voelt zich zo belazerd
de foute genen beschuldigen haar

een moeder
hapt naar adem
en gaat de weg terug
pijn blijft in haar buurt

een moeder
dapper gaat ze verder
en droomt een droom

een stille lach speelt met haar pijn

          ©  Merel

De oude man

Zwevend komt het schemerlicht
zegt fluisterend de dag vaarwel
dan is er weer een melodie
klanken die van droefheid spreken
heimwee hoor je in het spel

iedere avond steeds opnieuw
hoor je de oude man en zijn viool
de snaren vertellen een verhaal
van diepe smart en eenzaamheid

ingetogen luister je naar zijn solo
de trillingen brengen je van je stuk
binnenin je wordt het warm, dan weer koud
emoties – bijna ga je huilen

je weet dat hij zal blijven spelen
tot die ene ster in de donkere nacht
heel intens voor hem haar lied zal zingen

kom nu maar
veel te lang heb ik op jou gewacht

       ©  Merel

Het oogje

ze liet een oogje vallen
stuurde het
totaal van de wijs
richting knappe kerel

het oogje begon
zo waar te blozen
stamelde woorden
voelde zich verlegen
wou zo graag versieren

ze flirtte met de kijkers
van die stoere vent
keek diep in zijn ogen
kon het niet geloven
een knipoog
sprong haar tegemoet

samen rolderbolderden ze
twee oogjes
zagen passie groeien
en kregen een verliefd gevoel

         ©   Merel

De man

toen de man verdronk in zijn verdriet
zich vastklampte aan zijn werkdagen
het verwerken geen plaats kon geven
en zijn geest uit zijn voegen barstte

veranderde hij plots in een zielig wezen
kon op zijn kunnen niet meer bouwen
toch kroop hij langzaam uit zijn dal
om verweesd een nieuwe vrouw te aanschouwen

en de vrouw probeerde te begrijpen
legde de harde taal naast zich neer
koos de weg van het genieten
tot de achterdocht op haar hielen trapte

verward in haar denken
tracht ze kromme lijnen recht te trekken
brokstukken lijmt ze met haar tranen
die stampvoetend zijn wantrouwen wakker schudden

      ©   Merel

Het kind

het kind vroeg aan zekerheid
"is er nog toekomst"

"we vinden wel iets"
antwoordde zekerheid

"mag ik je vertrouwen"
vroeg het kind

"ik beloof je niets"
fluisterde zekerheid

       ©  Merel