Wacht nog even

‘wacht nog even’
fluister ik
en in mijn ogen schitteren lichtjes
als warme dichten
in deze koude winterdag

laten we wat kuieren
in het stille ochtendlicht
behoedzaam de dag aanraken
gedachten delen
en luisteren naar de hartslag van ons verhaal

een jij en ik
warme voetstappen
zo grenzeloos mooi

       ©  Merel

Laat me dan

laat me dan stilzwijgend naast je staan 
er valt niets te zeggen
alleen nabijheid voelen

we wandelen langsheen de openbaring van de dag
als twee gedachten
die sporen in hetzelfde spoor

we hebben niets te verliezen
bewegen in de adem van de voetstap
blootsvoets
om de stilte niet te storen

            © Merel

Er is iets

er is iets dat je raakt
zomaar een woord
een stil gebaar
een wandeling in je gedachtegang 

de verwondering die naar je kijkt
het voelen van de dag
de bloesems in de winter
een jij die even dicht bij je komt
of een ver weg te mooi om waar te zijn

je houdt het warm in het voelen van je ik
kneedt het en laat het stilletjes rijzen
tot zo maar ineens tot je verbazing
zinnen dansen met wat zinnen

en je vraagt je af
is dit nu poëzie

           ©  Merel

Er sijpelt wat maanvocht

er sijpelt wat maanvocht in de voering van een januari dag 
een warme traan gebotteld in de dromen van een winterster
ze weeft fluisterlichtjes in het bijna donker
en kneedt een vrouwenlichaam in je binnenzak

ze ontvouwt haar ik in de mazen van je nacht
kleedt haar muze voor je uit
lipblost je schootverlangen met wat vingerdichten
en inspireert de taal van het beminnen

              ©  Merel

Toevallige voorbijganger

als een toevallige voorbijganger wandel ik in je dag
je ruikt nog naar de nacht
en in je haar kuiert de laatste blik van de maan

in je binnenzak weerkaatst het mijmerbeeld van de passievrucht
en je vraagt je af wanneer je droommantel  zo lang gedragen
zinsontluikend van je lichaam glijdt

we kruisen dezelfde muze
ze glimlacht stuifmeel in de zuchtadem van een zielsbloem

ik kijk even om
hoor het kloppend hart van je blos

je hand glundert mijn hand
en vingers verstrengelen een zinderende hitte

                   ©  Merel

Mama

mama
ik struikel over een onduidelijke grijns
in mijn hoofd schiet een wilde man woordbommen in het rond
ze ketsen tegen een spiegel die ik niet zie
hijgen oorverdovend in mijn gedachtegang
en aan een tak van het niet begrijpen
bengelt een touw met de laatste adem van een belofte

                 ©  Merel

De navel van de stilte

ze kuierde in de navel van de stilte
tot vlakbij het staren van het kind
dat gekraakte woorden in haar vlechten wrong
en haar schuilplek troostte met het gefluister van een traan

in haar schoot kronkelde een misvormde tak
en een verwelkte roos zocht tevergeefs naar een houvast
er verankerde een doorn in het veld van meisjesdromen
en schaamrood bloedde in een scheurbuik van niet kunnen

             ©  Merel

Die ene zoen

ik zag ze drijven in het smeltwater  van de winter
met in haar hart nog steeds het getwinkel van beminnen

ze was uitgegleden
wist ze me te vertellen
die ene zoen  van mij op weg naar jou

ietwat gehaast
dromend hoe het zou zijn
struikelde ze over het derde rijm van het gedicht

ik nam haar in mijn handen
ze had het koud
verwarmde haar met de adem van mijn zinnen 

we luisterden naar ons buikgewoel
hoe zoenen nog steeds klotsten
en lippen mijmerend zweefden
tussen de vlechten van de regenboog

heel stilletjes slopen we je kamer binnen
en bloosden een zoen op het kussen van je nacht

             ©  Merel

Het lijkt alsof

het lijkt alsof warmte zachtjes schoonheid streelt 
die ene droom mijmerend in het rood
fluisterend bewegend in de zinnen van de maan
het mooiste van zichzelf aan je geeft

in de winterbedding van de nacht staat ze je op te wachten
ze glimlacht lichtbloemen die stralend naar je kijken
je hoort het klotsen in haar schoot 
alsof het vruchtwater van verlangen niet langer zwijgen kan

een zoen rekt zich behaaglijk uit
vertelt je het geheim van lavendelgeuren
liefdevol raak je ze aan
en wiegt haar in de armen van je lippen

        ©  Merel