Rijmletters

er komen rijmletters tot bij mij
hun vingertoppen zijn verkleumd
zo kunnen we geen dichtzinnen schrijven
zelfs onze dromen hebben het koud
fluisteren ze met stille stem
 
ik neem ze mee
naar het haardvuur van mijn muze
zie hoe ze stilaan ontdooien
warme woorden mijmeren
en zinnen kneden in de zetel van gezellig samenzijn
 
              ©  Merel
Advertenties

Moederloos

in de nacht van 28 – 29 november 1991 sloot mijn moeder voor goed haar ogen
 
hoe toen zo lang geleden
de dood stilletjes de gang op wandelde
tot bij de laatste kamer 
aarzelend de deur opende
zag hoe tussen witte lakens
een moeder zo ontzettend moe niet meer kon
haar adem voelde dat ze de strijd verloor 
het is beter dat ik haar ogen sluit
ze heeft genoeg geleden
dacht de dood en knipte haar levensdraad door
 
het werd koud die nacht
mijn voelen huiverde stille woorden
toen ik moederloos de dood de kamer uitliet
 
          ©   Merel

Sprookje

als het avond wordt in het bos
je er in gelooft
heel stilletjes langs de paadjes wandelt
je mag het sprookje immers niet storen
kom je vast en zeker kaboutertjes tegen
ze zijn in hun nopjes
nu paddenstoelen huisjes zich vermenigvuldigen
zo blij dat ze kunnen schuilen nu het kouder wordt
zijn ze druk in de weer
poetsen hun huisje met kleine twijgjes
maken een bedje van bladeren
sturen een knipoog naar vuurvliegjes
die als zachte lichtjes hun kamertjes verwarmen
moe gewerkt wachten ze vol ongeduld
kijken met kloppend hartje uit het vensterraam
want als het echt donkert komen lieve elfjes
dansen onder het schijnsel van de maan

                ©  Merel                 

Stil maar

stil maar
ik doe het licht wel voor je aan
zodat je ogen niet meer duisteren
en je horizon zich uitrekt
tot daar waar je hem niet aan kunt raken
je pupillen glunderen nieuwe beelden
nu de mist rondom je is opgelost
je ziet de wereld weer met andere ogen
en aan tafel vraag je niet meer waar staat de boter
ik heb geen angst meer als je moet oversteken
en jij vindt je weg ook zonder mij
 
stil maar …..
en ik schiet wakker uit mijn droom
besef dat alles is zoals het was
en huiver stille woorden
mijn kind ik wou dat ik je dit kon geven
 
           ©  Merel

Het kan gebeuren

het kan gebeuren
op een doodgewone novemberdag
het is stil
veel te stil denkt de wind
en hij kijkt vervelend om zich heen
zullen we roept hij
naar zijn windekinderen
zullen we eraan beginnen
samen een spelletje spelen
wie van ons het hardst kan blazen
en groot en klein blaast en blaast
tot een storm van zich laat horen
 
           ©  Merel

In een kring

Ik dacht er zijn woorden tot we die donderdagavond in het spetterslokaal samen met de ouders herinneringen deelden over hun zoon en de juiste woorden tot bij ons kwamen
 
in een kring  van samen zijn
zetten woorden voorzichtig de eerste stapjes
ze zijn ontredderd 
zacht drijvend in een tranendal
het missen streelt hun lippen
waarom probeert zich vast te klampen aan het begrijpen
tot plots een stille lach aanspoelt 
blikken die hoopvol kijken
zinnen die herinneringen delen
ouders op de schommel dat hun hart verwarmt
samen in een kring hun zoon herinneringen delen  
 
              ©  Merel

Ik vraag het

Een zoon ….. een spetter plus …. zo oud als onze jongste …. en plots zo heel onverwacht is hij er niet meer

 

ik vraag het aan mijn woorden
maar ook zij schudden vol ongeloof het hoofd
weten niet wat zeggen
hoe kneed je zachte zinnen die wat troost verwarmen
hoe verwoord je ik leef met je mee
als ouders hun kind verliezen
en niet weten hoe het nu verder moet
 
een jonge kerel in het volle van zijn leven
midden in een gesprek en plots niet meer
zijn woorden een stilleven voor altijd
 
ik struikel over mijn woordeloos zwijgen
wil zo graag woorden die wat steun geven verwoorden 
maar ik weet niet hoe het moet
 
           ©  Merel