Ik had een droom

ik had een droom vannacht
toverde voor jou een vensterraam
met zonnestralen
die haasje over sprongen met de nacht
en hoopvol klopten van laat mij er in
 
ik opende de luiken
zag hoe het licht in kracht toenam
verstrengelde met je zenuwbanen
als een medicijn er doorheen stroomde
 
je knipperde even met je ogen
en het wazige dat als een sluier je beklemde
wist niet wat er gebeurde
vluchtte weg ver weg van jou
 
je keek rondom je met een verbaasde blik
zag hoe de bomen weer naar je wuifden
de tralies die je horizon in een wurggreep hielden
verbrijzelden in duizend stukken
en je ogen kropen bevrijdend uit hun schaduw
 
                  © Merel

zeeminnend

je kijkt nog even om
alsof je niet genoeg kunt krijgen
van de horizon
die je mijmerend achter je laat
 
en door de blikken die je werpt
in de adem van het hemels blauw
ben ik bang
dat je je evenwicht verliest
 
je kijkt me verwonderd aan
weet je dan niet fluister je met stille stem
dat ik het meisje van de branding ben
geschreven met de mooiste zinnen van het strandverhaal
 
dat ik blootsvoets
verbonden ben met die ene golfslag
zo uitgelaten als een kind
zeeminnend over het water dans
 
            ©  Merel

 

Met dank aan Willy en zijn foto van het sculptuur ‘evenwicht’ van Dirk De Keyser dat als het ware mijn muze werd

http://dorpstraat-mariakerke.skynetblogs.be/archive/2014/05/12/evenwicht-8186877.html

Lente tranen

heel even nog huilt de lente
als druppels
die verstrengelen
met een herfstwind in mei
 
gelukkig is er nog een morgen
dan baart het licht een droom lang naar uitgekeken
en uit een wolk met kleine slierten blauw
worden warme dagen opnieuw geboren
 
             © Merel

Een glimlach en een traan

Vandaag is het reeds twee jaar geleden dat we afscheid namen van mijn broer
 
een glimlach en een traan
mijmerend op een bankje
in het licht van de ondergaande zon
 
ik weet het nog alsof het gisteren was
fluistert de glimlach
ik was een meisje van negen
voelde diep in mij dat het een broertje zou zijn
en als men al eens zei misschien wordt het wel een zusje
neen hoor dat kon niet
het zou en moest een broertje zijn
 
dat kleine broertje werd een man
zelfs zo veel groter dan zijn zus
toch bleef hij steeds in haar ogen
haar kleine grote broer
 
de traan zucht
huivert een beetje
dat stoute beestjes in hem kwamen wonen
wie had dat verwacht
hij probeerde nog te vechten
had vertrouwen in de witte jassen
maar de beestjes waren zo veel sterker
hij werd zo moe
en vloog bevrijd van alles
naar zijn witte wolken watten huisje
 
stilaan wordt het donker
weemoedig schuift de traan
wat dichter bij de glimlach
ze verwarmen zich aan de herinnering
van kleine grote broer
 
alsof het zo moet zijn
zien ze plots een knipoog van die ene ster
en voelen ze hoe hij vertederend naar hen wuift
 
                    ©  Merel
 
 
en omdat het vandaag ook Moederdag is :
 
ik moederdag je in mijn zinnen
neem je mee op mijn moeder dochter schommel
en meer dan ooit wil ik geloven
dat jij van daarboven
met al je liefde die je in je hebt
mijn kleine grote broer beschermend in je armen neemt
 
              ©   Merel
 
 
 
 

 

Klaproos

je wuift uitbundig
ik ben er weer
 
bloost lieflijke klaproosblaadjes
zo verleidelijk in je rode jurkje 
 
en ik
zo lang naar uitgekeken
besprenkel je met een traan van stil geluk
 
            ©  Merel

Strandverhaal

onze zoon na een spetterend weekendje aan zee 
 
 
je kleurt nog naar het weekend
een gure noordenwind
de kraag van je jas rechtop
dat het zo koud kon zijn
daar aan de branding had je nooit gedacht
 
uit je mond rollen de korrels van het strandverhaal
hoe je een zandkasteel bouwde
net niet kon wachten tot de golven het klein kregen
een meeuw vanuit de verte naar je keek
de weerspiegeling van het water nog in je ogen blinkt
 
uit je rugzak springen de herinneringen
blij gezind naast me in de zetel
ik luister naar wat je me vertelt
en het lijkt alsof met je woorden
het ruisen van de zee de kamer vult
 
              ©  Merel