Vannacht zwegen woorden

vannacht zwegen woorden
ze waren te zwaar beladen
in de wurggreep van de pijn
strompelend
in de sombere regionen van zijn gedachtegang
en zelfs de maan verdween
achter een wirwar van op hol geslagen wolken

ik had met hem te doen
verwarmde zijn verkleumde letters
in de zinnen van mijn vrouwendroom

in zijn zielskamer vond ik poëzieverlangen
hoe hij lentedichtend op een schommel zat
en hoe hunkerende zoentjes zochten
naar een rijmend iets op moedervlekjes

ik wist niet wat te doen
en depte in alle stilte de tranen van de dichter

           ©  Merel

Stilzwijgend

stil zwijgend 
dichten we onze zielswoorden
in het verbonden zijn
als vingerzinnen kuierend
in een schoot van veilig voelen

stil maar
ook zonder je gefluister
hoor ik het klotsen van je stroom
hoe hij tegen je oever bonkt
en niet weet hoe het nu verder moet

je beeft als een gedicht
dat wacht op de inspiratie van de dichter

ik sla mijn duinkleed om je heen
neem je mee
naar de warmte van mijn poëzie
waar je mag rusten tussen de regels van mijn liefde

morgen dicht ik voor jou een hemelsblauwe dag

        ©   Merel