Maanzaad

ik heb wat maanzaad meegebracht
en als het licht zijn stralen dempt
adem ik vruchtwoorden
in je dromerige blik

mijn mond opent sporen
en een mijmerster hunkert wellustig naar je lippen
er zijn vingers die zachtmoedig fluisteren
hoe ze strelend de avond voor je weven 
en als een windekind
stormachtig tussen je lakens kruipen

vannacht dicht ik mijn liefde op je huid 

        ©  Merel