Nog wat verwonderd

nog wat verwonderd 
streelt de maan de liefde
het voelt oneindig zacht
als zijde dicht bij het licht gedicht

en woorden omringd door sterrendons
maken dromen wakker

hoe dauwdruppels weldra vlinders worden
en met vleugels
het lichaam van de vrouw benevelen

           ©  Merel

Wil je

wil je me nog even wiegen
in de stralen van het licht
nu maanwoorden wolken uitkleden
en in een spiegelvijver schrijven
hoe tederheid zijn armen opent

ik heb wat sterren in mijn zielenkamer gedicht 
een waakvlam laten branden
ze twinkelen in het goudgeel
als herfstbladeren die liefde kleuren

en in de stilte van de avond
gloeien oktober dagen
blosjes in hun schoot
en knetteren vuurvliegjes
die het duister niet echt donker maken

             ©  Merel

Vreemd

vreemd hoe je ooit de maan bewandelde
voorzichtig
op kousenvoeten
bang om haar aan te raken

dromen die aan de wolken hingen
en zij die niet wist of je ze wel mocht plukken

nu kuier je samen met haar voelen
langs de sterren die glimlachend blozen
dringt door tot in de kern
ontbloot haar ziel

en diep in jou daveren golven
die een uitweg zoeken
als vruchtwater in het verdergaan

            ©  Merel

Als ik de nacht dicht

als ik de nacht dicht in het geel
met wolkensluiers
die een droommantel ontrafelen

en stergemijmer fluistert
hoe oktober dagen
de herfst kleurt in warmte tinten
gebotteld in het sap van appelwoorden

zul je dan  nog in mijn poëzie verdwalen
in windregels lezen
hoe  een vrouw onder die ene boom
een bed van liefdesbladeren voor je verwarmt

         ©  Merel