Maanzinnen

omdat maanzinnen geen poëzie meer minnen
uitgedoofde tranen schreien
die opgebrand alleen maar duister brengen
zoek ik hoopvol tussen  herfstbladeren

misschien ligt er wat maanzaad verborgen
die woorden schrijven in het blozend rood
wat verlegen tot bij me komen
mijn zinnen raken

en alsof een vlam ontwaakt
kijkt begeren naar mijn naakte huid
een vogel zingt zijn liefdeslied
als de nacht mijn lichaam streelt 

       ©  Merel

Ik dacht aan jou

ik dacht aan jou
toen mijn onderweg plots anders kleurde
ik nam dezelfde kronkelbanen
wikkelde me in bochten
die moeizaam de bergop beklommen
om daarna in alle eenvoud weer even af te dalen

ik had een beeld voor ogen
van dat zo dikwijls reeds gezien
maar zomertinten vervaagden
en de herfst stond met hunkerende blikken klaar
hoe het bladgroen plots gele tinten dichtte
soms blozend rood nog even aan de takken hing
de oogst was reeds lang binnen gehaald
lege velden keken uitgekleed naar mij
ik zag hoe bladeren verbroederden
eensgezind gemoedelijk de grond aanraakten
en ook al was het een wolkeloze dag
de zon keek plots niet meer zo vrolijk

ik dacht aan jou
hoe ik het je zou vertellen
een schilderachtige herfst die me bekoorde
met kleuren die me naar adem deden happen

en jij weeft enkel zwart en wit
tot nevelslierten van een somber grijs

           ©  Merel

Sprakeloos

wat adembenemend bleef hangen
was het breken van het licht
ontwakend uit een bron van stilte 

hoe zomaar een vlinder
haar zijden vleugels spande
en de zon begeesterend
straal lievend haar verwarmde
alsof een schilder beminnelijk
haar vleugels streelde

hoe ze aangetrokken door de geur
kleur minnend wat bloemen zoende
om vlinderend tot bij mij te komen
vleugel rustend mijn schouder uit te kiezen

er was iets dat me ontroerde
en sprakeloos begroette ik de nieuwe dag

           ©  Merel

Een vlammetje

of je de stilte hebt ontmoet
je wikkelde in dat wat stilzwijgend tot je kwam
de rust als een deken je omarmde
zodat de nacht wat minder zorgen bracht

of je je ogen dan ook sloot
en een vlammetje netvlies brandend je bekoorde
ik had het aangestoken
met dat wat vredelievend me ontroerde
fluisterende akkoorden geweven
en het droomontmoetend tot bij jou gebracht

of je begrijpt hoe een lichtgevend iets
met een gelig schijnsel naast je waakt
zodat je mijmerend wat warmte voelt stromen
verstrengeld met sterke ogenblikken
en ik je jas zo zwaar beladen
wel even voor je vast zal houden 

          © Merel

Ze dacht

ze dacht aan fluisterwoorden
hoe ze eens bijna verwelkt
de tranen telden in dat ene veld
hoe liefdeminnen zinnen schreef
die een speelse omwenteling maakten
en zachtaardig landden in haar schoot

hoe dat ene iets haar bekoorde
ze had het in haar armen genomen
blozend geluisterd naar de stem
die als een vroege vogel
een serenade voor haar zong

en nu de regen herfst huilde
de kilte haar overviel
en de nacht zo eenzaam donker leek
wachtte ze geduldig tot het ochtendlicht
fluisterminnend warme klanken bij haar bracht

               ©   Merel

Kleurtjes

nu herfsttranen zijn opgedroogd
wolken niet meer samenspannen
en bladeren als warme schakeringen dansen
heeft ze wat kleurtjes meegebracht

ze denkt aan een droom die aarzelend tot bij haar komt
nog niet weet welke beelden uit te kiezen
om mijmerend in haar schoot te strooien

ze kiest voor heldere tinten
gewikkeld in een laag van tederheid
en wat hemelsblauw minnen
omringd door gouden stralen

voorzichtig kleurt ze het droomverlangen
kneedt het tot mooie ogenblikken
en wacht in alle stilte

            ©  Merel