Zo maar wat liefs

ik heb wat liefs voor je meegebracht
iets dat ik ontmoette in een hemelsblauwe wolk
het keek me aan met ogen die begrepen
en me vroegen of ik wat zachte woorden kon gebruiken

ik heb ze met blijdschap aangenomen
ze gedragen heel dicht bij die ziel van mij
ik hoorde hoe warme klanken
fluisterende strelingen tot bij me brachten

er gebeurde iets met mij zo moeilijk uit te leggen
alsof de adem van de wind met mijn lichaam speelde
en ik open bloeide en het weemoedige uit mij verdween
alleen een mijmerende blik maar dat voelde echt wel goed

ik heb zo maar wat liefs van mij
maar durf het je niet te geven
dat liefs van mij
wat doe ik daar nu mee

      ©  Merel

Een wolk

gedragen door het licht
vloog ik met jou voorbij de horizon
ver weg van het harde denken
naar een wereld teder als een gedicht

moe gevlogen ontdekten we een wolk
donzig als wattenvlokken die ons streelden
vederlicht om onszelf in te verliezen

het voelde goed dat nestelen in de wolk
we reisden met haar mee
en boven een oceaan van liefde
strekten we onze vleugels uit
om even later op een bed van wolken
als zielsverwanten innige momenten te delen

                 ©  Merel

 

Kind van mij

kind van mij
voel je hoe ik mijn vleugels voor je open
ik laat je los
met moeite
maar je mag vliegen
stilaan het nest verlaten

je ogen weten het niet zo goed
maar ik geef je sterke vleugels
die de lasten voor je dragen
en mijn hart gevuld met liefde
waakt als een aureool heel dicht bij jou

zweef nu maar de wijde wereld in
je levenspad zal je weg wel kiezen
en als in je onderweg je vleugels breken
sta ik met nieuwe voor je klaar
zodat je weer mag vliegen
met de kracht die ik je geef

      
       ©   Merel

Prille bloesemblaadjes

ze droomt prille bloesemblaadjes
die stilaan open bloeien
ze zijn poreus
met veel warmte te omringen
kunnen echt geen koude vlagen aan

ze kijkt naar prille bloesemblaadjes
weet dat liefde hen staat op te wachten
en dat ze in de koude nachten
met veel vuur worden warm geblazen

in alle stilte wordt ze dat ene bloesemblaadje
kwetsbaar en gevoelig
zo bang dat de schade
bevroren littekens in haar kern zal tekenen

           ©   Merel

Woordeloos

of ik het soms voelde kriebelen
of de inspiratie naast me liep
en of woorden
zo maar aan de takken hingen
zodat ik ze kon plukken
als vruchten rijp om in te bijten

ik zag boomgaarden die stilaan ontwaakten
nog even en ze bekenden kleur
anderen hadden prille bloesems
die weldra open bloeiden

ik zag de horizon
met een kerkje boven op een heuveltop
ik zag een glooiend landschap
dat adembenemend tot me sprak
en modderige paden
die vertelden hoe nat de regen was

ik zag achter mij een lucht zo dreigend zwart
gelukkig liep ik richting grijs met een streepje blauw
ik kreeg het zelfs warm toen de zon zich even liet zien
deed vlug mijn jas weer dicht bij het zuchten van de wind

ik had geen antwoord klaar
was voor een keer woordeloos

         ©    Merel

En wat

en wat nu tederheid
nieuwe bloesems vlindert
hunkert naar de beelden
die droom zuchtend de nacht bevruchten

ze verandert in een vrouw
van rusteloos verlangen
met zilte letters schrijft ze woorden
in een zee van tedere tinten

       ©  Merel

Ooit

ooit ontmoet ze een elfje
eentje met gouden vleugels
het vliegt gemoedelijk in haar tuin
strooit gevoelens in het rond
en zij
ze weet ze op te  rapen
warme zinnen die liefde kleuren
in een wereld zonder woorden

ooit worden klanken hartverwarmend
regenbogen schitteren  zonnelichte tinten
in het dauwgroene gras ontwaakt een gele narcis
werpt verliefde blikken naar een slapend witte bloem
een gordijn van wolken rekt zich behaaglijk uit
grijze tinten maken plaats voor hemelsblauwe mijmeringen

ik heb je lief bloost appel rode wangen

          ©    Merel