Ooit

ze kruisten een ogenblik
een toevallige ontmoeting
vluchtig in het voorbij gaan

het in zichzelf kruipen
verzonken in gedachten
en het reikhalzend verder gaan
tot voorbij de horizon

twee vreemde wezens
tot een schreeuw van herkenningspunt
hen verbaasd deed omkijken

ooit liepen ze samen langs de levensweg
dronken van dezelfde bittere beker
kronkelden in pijnlijke gevoelens
verdronken bijna in een poel van verdriet

ooit klampte iemand zich vast aan de reddingsboei
de andere spartelde eenzaam verder

          ©   Merel

 

Advertenties

Hoe ze

hoe ze wangen kleurend zichzelf vergat
de tijd buiten spel de vrouw aanschouwde
woorden opgepeuzeld werden
en ze niet meer bij de wereld hoorde

hoe ze leefde in het verhaal
alsof ze de hoofdrol speelde
compleet vergat dat ze een toeschouwer was
razendsnel de eindstreep wou halen

achteraf verbaasde het haar
zij die iedere ochtend het nieuwe licht begroette
vergat die dag gewoon te kijken

          ©   Merel

Een engel stond haar op te wachten

vandaag stond de engel haar op te wachten
streelde zachtjes haar lokken
zag hoe in haar ogen de pijn
nog steeds waterige blikken schreef

je bent te laat
ik heb je niet meer nodig
toen ik je riep en het verdriet me bijna wurgde
bleef de hemel dreigend zwart
er was geen licht dat om me gaf

hij nam haar in zijn vleugels
vloog voorbij de horizon 
doorkruiste het hemelsblauw
ze zag verrukkelijke sterren
en plots een schitterend licht

een stem klonk uit de verte
dit is je lot
je kan niet anders dan het aanvaarden
vrees niet, ik geef je kracht
schenk je een lichtpunt van het zijn
ga nu maar
je levensweg is boeiend
ik waak en laat je niet alleen

          ©   Merel

Klein meisje

wat doet ze met de spiegel van het verleden
nu de vrouw in haar
zo confronterend het klein meisje ziet

ze ontdekt  hoe haar verwarde spinsels
zo lang verborgen
uitdagend naar haar kijken
de pijn danst verrukkelijke pasjes
wanhoop roept met luide stem
en gisteren nog zo mooi
lijkt ineens vergeten tijd

klein meisje diep in jou is dapper
aarzelend zet ze de eerste stap
struikelt even maar komt vlug weer recht
kijkt moedig in de spiegel van de vrouw

ze schreit tranen, wil liever lachen
klein meisje ik sta je op te wachten
troost je even en fluister zachtjes
weldra word je een sterke vrouw

        ©   Merel

Die ene merel

waarom bleef die ene merel
ineengedoken
schoorvoetend in haar tuin
alle andere merels vlogen
eensgezind door de laatste herfstdagen

was ze moedeloos
afgemat door gekraakte vleugels
die niet wisten hoe het nest te vinden
twijfelde ze of na kille nachten
en het ijskoud van bevroren dagen
de lente nog wel bloesems bracht

en bij het vallen van de avond
de zon die met de laatste schaduw speelde
keek ze starend  naar omhoog
wachtend op die ene ster die om haar gaf

donkere wolken verbroederden
maakten alles eenzaam duister
zelfs de maan dacht niet aan ontwaken

              ©   Merel

Stil in jou

het is stil in jou
nu woorden zo lang gekoesterd
diep in jou verborgen
om voor eeuwig slapende te zijn
plots zachtjes ontwaken
mompelend vertellen
dat waarvan je dacht
het blijft voor eeuwig je geheim

ze dwalen twijfelend rond
dolen in het onbekende
blijven steken in het voelen
zoeken vaste grond
verliezen het evenwicht
nu ze wankel op de been
niet weten hoe het verder moet

het is stil in jou
je roept je woorden terug

het blijft stil in jou
ze lijken je niet te horen

          ©   Merel

Een levend sprookje

ze had wat sprookjes uitgezocht
gekleurd in vrolijke tinten
ze netjes aangekleed
met een verlangend oor
nog eens geluisterd naar "er was eens"

ze dwaalde door kabouterland
vroeg of ze even mocht slapen
haar gedachten zochten rust
maar er was geen prins meer op het witte paard
die haar kon wakker kussen

verderop stond het kasteel
haar spinsels waren moe gespind
nog even en het bloed sijpelde naar omlaag
dan sliep ze ook voor honderd jaar
te laat werd haar gezegd
de betovering was reeds lang verbroken

de sprookjes keken haar meelijwekkend aan
er was niemand die haar gemoedsrust wiegde
eenzaam ging ze verder
schrok toen de wolf op haar schouder klopte

ik wil je kronkels wel verslinden

              ©  Merel