Ik dacht

ik dacht heel even
de mooiste parels
zoek ik uit voor jou
de zon geeft ze een glans
een fonkelende straal
een schitter lijk
je ogen van voorheen

ik dacht heel even
de mooiste twee
die schenk ik jou
misschien gebeurt er een wonder
en worden je parels – ja je weet maar nooit

ik dacht heel even,
ach weet je wat, ik denk niet meer
ik heb niets aan een sprookje

De langste dag

het is goed geweest
je mag nu gaan
je bezorgde ons een zuiders temperament
toen april ineens snikheet
vergat wat lente zijn wil zeggen

je wisselde bijna van seizoen
we droomden van een lange hete zomer
proefden veel te vroeg
van wat nog zou moeten komen

ga nu maar slapen
je hebt je best gaan
vandaag spreken we met de langste dag
en hopen we de zwoele nacht weer te ontmoeten
zodat we plakkerig van het zweet
niet weten waar ons neer te leggen

met de zonnewende dansen we in het stralend licht
duiken in het water om onze verhitte zinnen af te koelen
om ’s avonds voldaan aan het glas te nippen
terwijl de merel zijn avondlied voor ons zingt

De overkant

en als de overkant bestaat
hoe weet ik dan of jij er bent
sta je me op te wachten
ben je nog het  lichaam dat ik ken
of de ziel die in het ijle zweeft

vind ik je misschien in het duister
heel hoog aan het hemelfirmament
ben je een van die vele sterren
de schitter van de fonkel
zou jij dat zijn ?

hoe weet ik of er iets is
na het leven hier op aard
of is dood gewoon maar dood
is er liefde en geen haat ?
is er geluk en nooit meer pijn ?

als de overkant ooit waar zal zijn
ben jij er dan voor mij

Zomergevoel

Een milde zomerbries
streelt zachtjes langs je benen
Je rokje krijgt vrij spel
Plots ben je weer een kind

De zomerzon speelt met je schaduw
Straks gaat je huid verbranden
Pareldruppels op je voorhoofd
De mannen dromen weer van bloot

De lucht is weer eens hemelsblauw
met af en toe een streepje wit
Bloemenpracht in geur en kleur
Avondkoelte op het terras

Je voelt het binnen-in je zomeren

Twee gezichten

vreemd hoe hij twee gezichten heeft
je kent hem reeds je leven lang en
toch overrompelt verbazing de mensenkennis
zijn ogen lichten op wanneer hij
in de tuin van de laatste rustplaats
zijn jaargenoot toevallig tegenkomt
herinneringen worden opgegraven
ze boetseren een verhaal
en stenen beelden lijken even
de levendige helden van weleer
je hoort hoe de lach zich herstelt
en zijn jeugd opnieuw geboren wordt

thuis gekomen wordt hij weer
de man die aandacht vraagt
zijn kwaaltjes rijzen uit de grond
en jammer laat van zich horen
hij vreest de lange avonden
nu donker sombere geesten
in zijn herinnering laat zweven

Gevonden iemand (4 van 4)

nog vol met twijfels
niet wetend wat geloven
keek ze in de ogen
van de vriendschap

ze was iemand
probeerde stilaan te begrijpen

onzeker en in zichzelf gekeerd
als een klein bang vogeltje
strekte ze behoedzaam haar vleugels
en voelde hoe vriendschap groeide

ze bloeide open
en het  zelfvertrouwen
streelde teder haar kunnen

Iemand (3 van 4)

iemand kwam naast 
niemand staan
gaf een teder schouderklopje
bracht wat warmte in de ziel

blijf gewoon jezelf
en je bent prachtig
blijf vertrouwen
en je kunt bouwen

als ik in je ogen kijk
zie ik de spiegel van je ziel
ik geloof in jou
ik ben je vriendschap

je bent iemand