Zomergevoel

Een milde zomerbries
streelt zachtjes langs je benen
Je rokje krijgt vrij spel
Plots ben je weer een kind

De zomerzon speelt met je schaduw
Straks gaat je huid verbranden
Pareldruppels op je voorhoofd
De mannen dromen weer van bloot

De lucht is weer eens hemelsblauw
met af en toe een streepje wit
Bloemenpracht in geur en kleur
Avondkoelte op het terras

Je voelt het binnen-in je zomeren

Twee gezichten

vreemd hoe hij twee gezichten heeft
je kent hem reeds je leven lang en
toch overrompelt verbazing de mensenkennis
zijn ogen lichten op wanneer hij
in de tuin van de laatste rustplaats
zijn jaargenoot toevallig tegenkomt
herinneringen worden opgegraven
ze boetseren een verhaal
en stenen beelden lijken even
de levendige helden van weleer
je hoort hoe de lach zich herstelt
en zijn jeugd opnieuw geboren wordt

thuis gekomen wordt hij weer
de man die aandacht vraagt
zijn kwaaltjes rijzen uit de grond
en jammer laat van zich horen
hij vreest de lange avonden
nu donker sombere geesten
in zijn herinnering laat zweven

Gevonden iemand (4 van 4)

nog vol met twijfels
niet wetend wat geloven
keek ze in de ogen
van de vriendschap

ze was iemand
probeerde stilaan te begrijpen

onzeker en in zichzelf gekeerd
als een klein bang vogeltje
strekte ze behoedzaam haar vleugels
en voelde hoe vriendschap groeide

ze bloeide open
en het  zelfvertrouwen
streelde teder haar kunnen

Iemand (3 van 4)

iemand kwam naast 
niemand staan
gaf een teder schouderklopje
bracht wat warmte in de ziel

blijf gewoon jezelf
en je bent prachtig
blijf vertrouwen
en je kunt bouwen

als ik in je ogen kijk
zie ik de spiegel van je ziel
ik geloof in jou
ik ben je vriendschap

je bent iemand

Niemand (1 van 4)

niemand
kwam voorbij gevlogen
draaide cirkels in het rond
keek me aan met een blik
zo meelijwekkend
alsof hij zeggen wou

je vraagt erom

plots voelde ik hoe niemand
voorzichtig op mijn schouder kwam
fluisterde me heel zachtjes toe

je bent niemand

als je niet weet in wat je nog geloven moet

In je herinnering

in je herinnering ging je terug
naar die allereerste keer
je zag het beeld alsof het pas gebeurde

een doodgewone lentedag
auto’s snelden langs de wegen
jij was een van hen

een vrouw hing de was aan de draad
bloesems pronkten in het nieuw
hoop was nog voor even je passagier

 op de terugweg haastte de vrouw
zich om het wasgoed af te nemen
je pijn regende tranen uit de lucht

Iets luchtigs

ze vroeg iets luchtigs
niet te zwaar
een pluimpje
of een licht gewicht
zonder muizenissen
geen spinsels
die een web verzinnen
en kleven aan je lijf

waarom niet spelevaren
het water minnestrelen
pootje baden
een duikje nemen in het meer

ik neem mijn woorden mee
ze mogen ploeteren
rondjes zwemmen
als ze moe zijn leg ik ze te drogen
in het malse gras
om even later
weg te dromen
en al flierefluitend
met de ogen dicht
een vrolijk gedicht te dichten

Een merel

er is een merel
gevallen uit het nest
verwonderd kijkt ze
naar haar gekwetste vleugels
likt de wonden
probeert al lijmend
schade te beperken

er is een merel
voorzichtig staat ze op
struikelt even
vindt geen houvast
die zekerheid tot bij haar brengt

er is een merel
pijn zaait  rozen met scherpe doornen
in het tuintje van haar ziel
bloeddoorlopen tranen ogen
rode plassen op de grond

er is een merel
ze zingt niet meer haar merellied

Als je . . .

Als je droomt
droom je misschien een leven
dat niet bestaat

Als je verlangt
is je verlangen misschien zo intens
en voel je je wat verward

Als je aan een afslag komt
stop je misschien best even
kijk dan eens achterom

Als je een keuze maakt
kies je misschien iets
waar je anderen mee kwetst

Als je het niet meer weet
kijk dan eens naar boven
misschien kom je de ster wel tegen
die over je waakt
en je vertelt hoe het verder moet