Uren van november

het kind telt de uren van november
nu tijd met de verveling spreekt en
vriendelijkheid zijn glans heeft verloren
de klok tikt de seconden weg
als zwarte strepen van zijn gekraakt leven

geen open poort die zijn armen spreidt
en hem laat eten van geborgenheid
uitzichtloos snijdt brokken uit
zijn voorzichtig opgebouwd zelfvertrouwen 
om de stilte te breken hoest hij rauwe klanken op


als een vogel gevallen uit het zo vertrouwde nest
knaagt hij aan zijn vleugels van de pijn

Schrijfsels

schrijfsels in het zand
vastgeroeste spinsels
gevoelens van mijn niet begrepen ik
even schrijf ik alles van me af
tot ze met de golven verdwijnen
mijn echte ik kent alleen het zand

Zes

zes
het zegt je niets
gewoon een zes
rijmt zelfs op prinses
en toch is zes
zo heel bijzonder
als je kunt voelen
en weet wat ze bedoelen
gaat een wereld open
met een beetje geduld
en wat goede wil
vertellen die zes
een heel verhaal

Moederdag

De kilte in het huis
Je zetel in de hoek
Na al die jaren
Mis ik je nog steeds
Soms voel ik dat je bij me bent
Plots ben je weer heel ver weg
Zo veel wil ik je nog zeggen
Alles wat je nu moet missen
Mijn zorg draag ik nu zelf
Het mooie deel ik niet met jou

Een iets moet ik je nog zeggen
Die laatste maanden bij je thuis
Hoe dikwijls wilde ik je vragen
Nog eens je kleine meisje te kunnen zijn
Ik wou je zo graag nog eens omarmen
En troost zoeken op je schoot
Ik durfde je dat niet te zeggen
Je was zo breekbaar en zo broos
Mijn hele ik wou dicht bij je zijn
Maar je lichaam zat zo vol met pijn

Ik zal je witte rozen brengen
Morgen aan je graf

Gedacht

ze had echt gedacht
dat het huis vol belangstelling
op haar stond te wachten
maar aan de drempel
zag ze reeds hoe de deurmat
met grote afgeveegde letters
geen interesse schreef

nieuwsgierig had zich van huis vergist
misschien was hij toevallig bij de buren
de voegen sprongen uit de vergeten woorden
en stilte was zo akelig dichtbij
de woning met zijn hart van steen
voelde koud en kil
zelfs ijskoude klanken
deden alsof er niets was geweest

toch was er iemand
die haar met een glimlach begroette
heel toevallig
toen ze in de spiegel naar het zelfvertrouwen keek

Een traan

er rolt een traan
heel zachtjes naar benee
ze vertelt de stille pijn
van zoveel jaren reeds
ze smaakt naar het verdriet
dat alleen een moederhart begrijpen kan

ze knippert met haar ogen,
ik blijf sterk – neen ik huil niet meer
een diepe zucht, het lukt me wel
maar een tweede komt al snel
en dan nog eentje
ze huilt tot huilens toe

tranen

het ging ineens niet meer

Wachtkamer

witte stoelen voelen nattigheid
zweet druipt langzaam naar omlaag
angstvallig zie je bange harten drijven
in de plassen op de grond
mensen staren met bolle kijkers
vertwijfeld richting lange gang
wit getrokken gelaat met vermoeide trekken
niet verbergend hoe onzekerheid de meester speelt
even zie je iemand hoopvol kijken
nu witte schort zoekend langs de mensen loopt

buigt het hoofd en voelt de tikker bonzen
nu ze met schelle stem laat horen
         
jij bent nog lang niet aan de beurt